Home Weblog

Weblog

De krant


Vandaag had ik me voorgenomen te schrijven over de sterke groei van Amerikaanse militairen in Uruzgan, komend jaar. Rond de 30.000, en wie weet meer, worden er verwacht om de Talibs voor eens en altijd weg te jagen. En het commentaarzinnetje dat de NOS op haar web in reactie daarop schreef:
‘Nederland maakt zich zorgen dat de Amerikanen zullen afbreken wat de Nederlanders voorzichtig hebben opgebouwd.’

Ik moest even lachen. Wat een arrogantie! Ik durf te beweren dat tijdens het Nederlands commando in Uruzgan sinds augustus 2006 er meer kapot is gemaakt dan opgebouwd. Chora juni 2007, Deh Rawod september 2007. Ik heb vaak genoeg gewezen op de destructieve kanten van de Nederlandse aanwezigheid. De Amerikanen stoppen ook veel meer geld in de opbouw van de provincie dan de Nederlanders. Om een voorbeeld te geven: Als USAID de vrouwenvleugel bouwt van het ziekenhuis in Tarin Kowt, dan bouwen wij de muur er om heen. In die verhouding.

Liever, lieve lezers, plaats ik het artikel wat afgelopen vrijdag in De Morgen stond. Kunt het zelf nog eens nalezen. En herinner de zin: ‘Nederland maakt zich zorgen dat de Amerikanen zullen afbreken wat de Nederlanders voorzichtig hebben opgebouwd.’
Zover is de embedded-verslaggeving al doorgedrongen.
 

Mediafonds Conflictgebieden


De kans is klein dat er een Mediafonds Conflictgebieden komt. Een kamermeerderheid kijkt sceptisch aan tegen overheidsgeld dat onafhankelijke oorlogsverslaggeving moet stimuleren, zo schrijf ik vandaag in De Pers.
Het idee kwam van Groen Links. Door al dat slaafse embeddedgedrag raakt de eerste taak van de journalistiek steeds meer in het nauw, namelijk vrij en onverveerd berichten, zo was de gedachte.
Uit het fonds zouden verzekeringspremies en opleidingen voor oorlogsverslaggevers moeten worden betaald Het komt volgende week bij de mediabegroting van het ministerie van OC&W van minister Ronald Plasterk ter sprake. Ik belde daarom alvast wat rond.
Regeringspartij CDA is ‘niet enthousiast,’ meldde Joop Atsma droogjes. ‘Welke journalisten en media komen in aanmerking? Alleen het ANP of ook kranten? Het mag niet zo zijn dat terwijl aandeelhouders hun zakken vullen, omdat er een rendement van 20 procent wordt geëist, dat de overheid die dure reizen dan maar betaalt.’ Bij coalitiepartij PvdA wordt nog nagedacht, zei Martijn van Dam. ‘Net als de minister vinden we dit de verantwoordelijkheid van de werkgever, de mediabedrijven zelf. Oké voor freelancers is het onmogelijk je via de markt te verzekeren voor oorlogsgebieden. Dat zou een discussie waard zijn.’
Lees verder De Pers

Welnu, wat vind ik er zelf van? De gedachte is sympathiek maar volgens mij is het Mediafonds Conflictgebieden onuitvoerbaar. Het grootste struikelblok? Wie bepaalt wie geld krijgt? In de kascommissie zitten als er overheidsgeld mee gemoeid is uiteraard ambtenaren. Die zijn misschien helemaal niet gecharmeerd van kritische oorlogsverhalen. We kennen de kinnesinne van collega's die elkaar het licht niet in de ogen gunnen, dus het is vragen om ruzie om er een journalist in te zetten. En afgevaardigden van verzekeringsmaatschappijen zullen risicovolle tochten om budgettaire redenen sneller afwijzen.

Ik heb een beter plan.
Laat iedere ‘embed’-verslaggever’ die onder de vleugels van Defensie naar bijvoorbeeld Uruzgan vertrekt de helft van het geld dat wordt uitgespaard op reiskosten, vertalers, fixers, eten en onderdak in een pot doet. Denk daarbij aan een bedrag van pakweg 3000,-- euro. Welnu, dat geld wordt uitgekeerd aan de ‘unembedded’-verslaggevers.
De voordelen zijn veelzijdig:
+ Je trekt een streep door de concurrentievervalsende embedtochten, want die zijn gratis.
+ De ‘embed’ betaalt voor zijn reis dus diens zelfrespect groeit.
+ De ‘unembed’ krijgt wat meer financiële armslag om zijn speurtochten te betalen.

Reacties zijn welkom


De foto is geschoten in Koerdistan. Daar kennen ze dat fonds al heel lang. Betaling is in natura, rijst, meel, bakolie. Ook een idee.
 

Gifgas


Nederland draagt grote verantwoordelijkheid voor de chemische aanvallen op Koerden en Iran in de jaren tachtig. Zo blijkt opnieuw uit een zaterdag op het internet verschenen geheim VN-rapport.
Het tot kort ‘top secret’ rapport van de Verenigde Naties over Irak’s gifgasprogramma wijst resoluut de beschuldigende vinger naar ons land. Bedrijven als Melchemie Holland bv uit Arnhem, KBS uit Terneuzen en de reeds tot 17 jaar celstraf veroordeelde zakenman Frans van Anraat worden met naam genoemd op een lijst met bankgaranties voor de aanschaf van grondstoffen voor ‘CW-programmes’ wat staat voor het chemische oorlogsvoeringsprogramma van Saddam Hoessein.
Bij het schrijven van mijn boek ‘De jacht op Frans van Anraat' had ik inzicht in het rapport zonder de mogelijkheid kopieën te maken. Prima dat het nu algemeen bekend is. Zo leverde KBS, in maart 1983, 500 ton Thiodiglycol, grondstof voor mosterdgas. Naar aanleiding van het ‘Iraq's Full, Final and Complete Disclosure’ stelde ik in boek vast dat ruwweg de helft van alle leveranties liep door Nederlandse handen.

Het gifgas werd ingezet tijdens de oorlog met Iran (1980-1988) en tegen de eigen Irakese bevolking. In het Koerdische stadje Halabja, Noord-Irak, stikten op 16 maart 1988 vijfduizend mensen in een mengsel van mosterd- en zenuwgassen. Het was de grootste aanval met gas in de geschiedenis en maakte deel uit van de Anfal-campagne die in 1987 en 1988 totaal zo’n 20.000 gifgasslachtoffers kende.
De Tweede Kamer kan met deze duidelijke Nederlandse inbreng niet om een enquête heen, meent Frank Slijper van comité ‘Campagne tegen Wapenhandel’. ’VVD-er Fred Teeven vindt een breed onderzoek naar de rol van het Nederlands bedrijfleven onnodig. Niet vreemd want zijn partijgenoot Frits Bolkestein gaf als staatsecretaris Economische Zaken toestemming voor leveringen van grondstoffen die ook gebruikt konden worden voor de productie van gifgas.’ Overigens vroeg Fred Teeven samen met Harry van Bommel en Krista van Velzen (beiden SP) in maart de Nederlandse regering wel de gifgasaanvallen op de Koerden te bestempelen als ‘genocide’, de ergste misdrijf in het internationaal recht. Kabinet Balkende weigerde want ze vindt dit een zaak voor de regering van Irak. Internationaal vestigt Frank Slijper zijn hoop op een initiatief van Nederlandse, Portugese en Duitse leden van het Europees parlement dat pleit voor erkenning van de genocide. Tot nu toe heeft alleen de Koerdische Regionale Regering deze stap gezet.

De Nederlandse onderzoeker Joost Hiltermann van de International Crisis Group waarschuwde mij in Halabja -waar we elkaar bij mijn laatste bezoek tegenkwamen- voor teveel optimisme. ‘Geen ander land of organisatie zet zich daar voor in. Het kost veel geld en tijd en is geen prioriteit. Terwijl het goed zou zijn als voorbeeld naar anderen.’ Zelf ziet hij de gifgasaanvallen als ‘een misdrijf tegen de menselijkheid’. Genocide lijkt hem niet haalbaar. ‘Probleem is dat je moet bewijzen dat het tegen de bevolking is ingezet met de bedoeling om ze allemaal uit te moorden, man, vrouw en kind.’ Toegeven zet de deur wagenwijd openen voor miljardenclaims van de slachtoffers waaronder ook tienduizenden uit Iran.

*Het artikel staat vandaag in De Pers Koerden-vergast-met-onze hulp.
*Het volledige rapport is hier te lezen.
*De foto heb ik van internet geplukt en is gemaakt in de buurt van Halabja in maart 1988.
 

Vogelvrij



Ontvoerde Nederlandse journalisten hoeven niet op hulp van de overheid te rekenen, althans op papier. Zo schreef ik gisteren in De Pers. Ik probeer daarmee een discussie los te weken om wat vragen beantwoord te krijgen waar ik gezien mijn reizen en avonturen ook mee worstel.

Afgelopen week kwam de Nederlandse freelance journaliste Joanie de Rijcke vrij na een week gijzeling door opstandelingen in Afghanistan. Ze is inmiddels in haar woonplaats Damme, België, teruggekeerd. Op de vraag of losgeld is betaald, bleef chef-redacteur Michaël Lescroart van het Vlaamse weekblad P-Magazine, waarvoor De Rijcke werkt, onduidelijk tegenover mij: ‘Daar antwoorden we niet op. Ontkennen doe ik het ook niet.’
Woordvoerder Buitenlandse Zaken Rob Dekker was zo mogelijk nog korter in zijn antwoord. ‘De Nederlandse regering onderhandelt niet met terroristen en betaalt geen losgeld. Het is standaardbeleid.’

Dus belde ik ook maar eens naar algemeen-secretaris van de Nederlandse Vereniging van Journalisten Thomas Bruning. ‘Ik snap zo’n verklaring van Buitenlandse Zaken maar de NVJ verwacht van de regering dat ze al het mogelijk doet om een ontvoerde Nederlandse journalist vrij te krijgen. Ook al zou dat het betalen van losgeld inhouden.’
Het dilemma kan zich snel voordoen. Ontvoering van mediamensen is bijzonder populair de laatste tijd. In Oost-Congo werd vorige week de Belg Thomas Scheen (43) meegenomen door Mai-mai-rebellen en een paar dagen later weer vrijgelaten. De Canadese Melissa Fung werd eergisteren na een maand door haar Afghaanse kidnappers vrijgelaten. Sinds 23 augustus is de Canadese met een Nederlands klinkende achternaam Amanda Lindhout in Somalië ontvoerd. Ze werd gekidnapt in de hoofdstad Mogadishu samen met een collega. Er wordt 2,5 miljoen dollar losgeld voor haar vrijlating geëist.
‘De ontvoeringen gelijke tred met het hoge aantallen omgekomen journalisten de laatste jaren,’ zei een bezorgde Bruning. Dat vooral freelancers, zoals de Nederlandse De Rijcke het slachtoffer zijn, is logisch volgens hem: ’Bij mensen in vaste dienst zijn hoofdredacties strenger bij het afwegen van risico’s. Freelancers hoeven niet te overleggen, doen vaak een stap meer en zijn daarom kwetsbaarder.’ Daar ben ik het niet helemaal mee eens, maar vooruit.
De NVJ pleit voor een waarborgfonds waaruit niet alleen nabestaanden, als kinderen, aanspraak kunnen maken mocht een journalist-kostwinner omkomen. Een plan waar minister Ronald Plassterk, onder andere belast met mediazaken, in zijn nieuwe beleidsnota wel oren naar heeft, wist Bruning mij te vertellen. ‘Met dit geld zouden ook preventieve veiligheidstraining kunnen worden gegeven. Zeg maar een toneelstukje om na te spelen wat je bij een ontvoering doormaakt.’ Zelf zal de NVJ nooit losgeld betalen. ‘Dan zijn we na één kidnap failliet.’

Ik vraag me af of Buitenlandse Zaken ooit losgeld voor mij zou betalen. Ik denk van niet. Sterker. Ik weet eigenlijk héél zeker van niet. Let wel: Ik zou het uiteraard willen, mocht er de keuze zijn tussen een koffertje dollars en mijn nek. Maar de regering zal fijntjes benadrukken dat ze niet onderhandelt met boeven. Waarna achter de coulissen de champagnekurken knallen: ‘Probleem Karskens opgelost en geld bespaard.’
Welnu dat winwin-feestje gun ik dit kabinet niet. Dus ik heb me voorgenomen me niet te laten ontvoeren.


Foto van 'journalistenworst' in een slagersvitrine in de stad Sulamaniya, Noord-Irak. Smaakt prima met champagne mocht u iets te vieren hebben.
 

De Stille Volkerenmoord


Vandaag in De Pers een verhaal over de vervolging van christenen in Irak. Ze worden systematisch vermoord, ontvoerd voor geld en verjaagd. ‘Er bestaat geen moraal. Ze doden ons en denken er niet over na,’ zei de 23-jarige Alaa Neamat Roel tegen mij.
De aanslagen maken deel uit van een gecoördineerde terreuractie waarbij binnen een week twaalf christenen werden gedood in Mosul, de derde stad van Irak. Jalal Musahablahad (32), werknemer op een steenhouwerij, was één van hen. Hij stierf in de wijk Al Noor. Gekleed in een zwarte rouwjurk deed moeder Noma Fatho Noman (65) het woord tegen mij. Naast haar zaten echtgenote May Akram (31) en dochter Medea Jalal Musah (8) (zie foto). Ze vertelde hoe haar zoon thuis kwam en werd opgewacht door drie mannen die hem op de drempel doodschoten. ‘Hij riep zijn vrouw. Zij omhelsde hem. Hij keek haar aan en stierf.’ Het motief is duidelijk voor haar. ‘Omdat hij christen was. Niet alle vingers hebben dezelfde lengte en ook zijn alle mensen niet gelijk maar ze (de islamieten -red.) willen ons weg uit Mosul.’
Burgemeester Bassim Belo van de stad Telkaif zag sinds 2003 al 30.000 christelijke vluchtelingen binnenstromen uit steden zo ver als het zuidelijke Basra. Het einde van de ellende is niet in zicht, verzekerde hij. ´De Amerikanen bevrijdden Irak van Saddam Hoessein maar vergaten de christenen. Wie democratie brengt moet als eerste de mensenrechten van minderheden beschermen en dat zijn ze vergeten.´

Lees verder Christenjacht in Irak
 

Groet uit Mosul


Sorry trouwe lezers. Ik was twee weken incommunicado, want in Irak. Ik heb prachtige reportages gemaakt die u de komende weken kunt lezen in De Pers en kunt zien bij Netwerk. Een reportage bracht me naar Mosul, de derde stad van Irak en meteen de gevaarlijkste.
Voordeel van een onveilige stad is dat je met zo weinig bezoekers nooit hoeft de wachten bij de ruines van de Nineveh waar Assyrische schatten onder meters modder en zand liggen begraven. Een jongetje deed het hek open en ik kon de ‘Lamassu’, bewonderen.

Vandaag schrijf ik De pers over de Amerikaanse verkiezingen in Irak. Mijn stelling, en die van veel Irakezen, is dat de democratische kandidaat Barack Obama de oorlog in Irak doet opleven omdat hij de 140.000 Amerikaanse militairen versneld wilt terugtrekken.
Irakezen kiezen altijd uit eigen belang, nooit uit landsbelang, verzekerde een Koerd mij. En in Noord-Irak vormen de olievoorraden, geschat op eenderde van de totale voorraad van het land, de inzet. Wie welk olieveld mag claimen, staat nog lang niet vast en genoeg aanleiding voor een robbertje vechten. ’Als de plannen van Obama doorgaan en de Amerikanen inpakken dan kun je wachten op een nieuwe oorlog; die tussen soennieten en Koerden.’

Lees Met Obama ontploft de boel in Mosul
 

Over Vrede en toch Oorlog


U hebt er vast over gehoord: De voorgenomen vredesonderhandeling met de Taliban. In een artikel voor De Pers vandaag waarschuw ik dat ze de positie van Nederlandse militairen in Uruzgan zal verergeren. Meer aanvallen en langer verblijf in Uruzgan, is mijn voorspelling.

Het eerste: met wie je moet onderhandelen? De Taliban in Uruzgan bestaat uit drie groepen, vertelde een lokale inwoner mij. Hij is nauw betrokken bij een lokale Talibanchef uit het dorp Surkh-Murghab en weet waar-ie het over heeft. Zestig procent van de Talibanstrijders in deze ‘Nederlandse provincie’ willen best deel uitmaken van de regering. ‘Alleen, de rest, veertig procent zijn strikte Talibans, die wraak willen voor verloren familieleden, en de Pakistaanse Talibs betaald door het buitenland die het beste zijn uitgerust.’ Zij zullen nooit onderhandelen zolang 70.000 buitenlandse militairen in Afghanistan verblijven, verzekert hij.

Het tweede: Vredesonderhandelingen maakt het voor de Nederlandse militairen op het slagveld niet gemakkelijker. Het moreel van de Taliban-vechters krijgt een enorme stuwing. Zij ruiken de overwinning. Ook zal de bevolking kiezen voor de uiteindelijke morele winnaar, in dit geval de Taliban. Het gevolg is dat de supporters van de Nederlanders een goed heenkomen zoeken en er nog minder levensreddende inlichtingen, over bijvoorbeeld bermmijnen uit het publiek komen.

Het derde: Nederlandse troepen ook na 2010 actief in Uruzgan blijven. Terugtrekking zal de positie van de Afghaanse president verzwakken denken in dat geval zowel de Amerikaanse als de Nederlandse regering.

Het moraal: De krijgsgeschiedenis leert vooral dat vredesonderhandelingen het opvoeren van de gevechten betekenen. Winst op het slagveld betaalt zich immers terug aan de conferentietafel. Zo vielen de meeste van de circa 4700 omgekomen Nederlandse militairen tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog (1945-1949) pas na de akkoorden van Linggadjatie in maart 1947 en formele wapenstilstand van januari 1948. Hetzelfde horror scenario is ook mogelijk in Uruzgan.

De reacties: Defensie-woordvoerder Operatiën Robin Middel ziet in vredesgesprekken uitvoering van de Nederlandse drie D’s strategie, winnen door Defence, Development and Diplomacy. Inhoudelijk onthoudt hij zich van commentaar: ‘Het is aan de Afghanen om de discussie te voeren.’ Over groter gevaar voor de Nederlandse militairen: ‘Ik zie geen aanleiding om ons al zorgen te maken.’

Het grote geheim: Hans van Baalen, woordvoerder Defensie vertrekt als VVD lijsttrekker voor de Europese Verkiezingen naar Brussel. Zijn collega, oud minister van Defensie Henk Kamp, pakt zijn koffer voor de Antillen. Hij wordt commissaris voor de eilanden Bonaire, st. Eustatius en Saba. De overeenkomst? Alle twee zeiden dat Nederland zich moet terugtrekken uit Uruzgan, de een in 2008 en de ander in 2010. En dat gebeurt niet. Dus houden ze de eer aan zichzelf en laten de rotzooi aan ons.
 

Uw aandacht graag…


Vandaag heibelt de Tweede Kamer over de slechte beveiliging van Nederlandse kazernes (prima onderzoeksjournalistiek van Alberto Stegeman overigens). Zonder problemen kun je F-16’s bekrassen en draden trekken uit een Chinook-helikopter. In gedachte zie ik al die duffe polderterroristen zichzelf voor hun kop slaan. Wat een gemiste kans! En over koppen gesproken: misschien rolt die van Minister Eimert van Middelkoop binnenkort, want dit is de zoveelste blunder op zijn conto.

Toch behandel ik liever een belangrijkere zaak, namelijk de vervolging van misdadigers uit de Tweede Wereldoorlog. Beter gezegd: Het stoppen daarvan. In de Pers van vorige week onthulde ik dat de grootste boeven in de vaderlandse geschiedenis door het pensioen Landelijke Officier van Justitie Oorlogsmisdrijven M.H.L. De Roos-Schoenmakers, per 1 augustus, niet langer actief worden vervolgd. En het bleef doodstil. Ook in het parlement.
Voor het verhaal belde links en recht. De Roos wist niks van opvolging. `Goeie vraag. Mijn vertrek heb ik doorgegeven aan de hoofdadvocaat-generaal van het ressortparket Arnhem.’ Deze laat weten via een secretaresse: ‘niemand houdt zich hier nog bezig met de vervolging van misdadigers uit de Tweede Wereldoorlog.’

Voor wie het niet wist. De functie Landelijke Officier van Justitie Oorlogsmisdrijven werd in 1979 ingesteld na publieke verontwaardiging omdat bijna 35 jaar na de oorlog nog 317 Nederlanders en enkele Duitsers gezocht werden voor misdaden variërend van hulpverlening aan de vijand tot moord.
Volgens de Friese Nazi-jager Jack Kooistra, die ik ook sprak, was vervolging een wassen neus. ‘De eerste landelijk officier L. de Beaufort was wel doortastend. Zijn opvolger P.M. Brilman heeft geen successen geboekt. En diens opvolger De Roos-Schoenmakers, daar is helemaal niets vanuit gegaan.’
Zelf achterhaalde Kooistra in de jaren negentig ondermeer de verblijfplaats van landverrader Jacob Luitjens in Canada. Kooistra verwijt de landelijke officieren gebrek aan daadkracht. ‘Wat we gemist hebben was een krachtfiguur die met de vuist op tafel sloeg. Schandalig als je weet wie ze lieten lopen.’ Maar hij toonde begrip voor hun beperkingen: ‘Ze zaten gevangen in een juridisch keurslijf. Om economische en politieke motieven is vervolging op een laag pitje gezet.’


In 1995 stonden door overlijden en verjaring nog 35 voortvluchtigen gesignaleerd. In 2001 was het aantal afgenomen tot 14 namen. Anno 2008 leven vier Nederlandse oorlogsmisdadigers in Duitsland. Een daarvan is oud Sicherheitspolizei-medewerker Klaas Carel Faber (geboren 1922), medepleger van executies en zware mishandeling op verzetsmensen en gijzelaars in Groningen en Drenthe. Vertrekkend officier De Roos-Schoenmakers: ‘Het is voor mij ongeloofwaardig dat hij nog veroordeeld kan worden. Hij is Duits onderdaan en mochten er nog getuigen opstaan zijn die zestig jaar na de feiten onbetrouwbaar geworden.’ Voor haar vertrek heeft ze een deel van de dossiers overgebracht naar het Nationaal Archief in Den Haag. ‘Op een gegeven moment moet je de zaak laten rusten. Ik zou mijn tijd ergens anders voor gebruiken.’
Voortvluchtige Herbertus Bikker(1915), die een verzetsman doodschoot, kreeg in 2005 te horen dat hij om gezondheidsredenen niet langer vervolgd kan worden. Nummer drie, Siert Bruins (1921), nam deel aan de moord op twee joodse broers en zat enige tijd vast in Duitsland en zal evenmin aan Nederland worden uitgeleverd om de rest van zijn levenslange celstraf uit te zitten. Nummer vier, oud SS-er Heinrich Boere (geboren 1921), staat komend voorjaar in Aken terechtstaat voor moord op drie mannen. Dit proces is aangezwengeld door Duitse onderzoekers.

In een reactie meldde een woordvoerster van het arrondissementsparket in Arnhem dat er wel degelijk naar vervanging wordt gezocht voor De Roos-Schoenmakers maar weet geen naam of tijdstip voor aanstelling en het kan dus nog wel een tijdje duren: ‘Misdadigers uit de Tweede wereldoorlog dossier vormen niet de meest actuele dossiers.’ Zou maar opschieten. De jongste is 86 jaar! Nog even het hoeft niet meer.

Foto: Klaas-Carel Faber door mij vorig jaar gefotografeerd op (nog) vrije voeten.
 

Vechten om een medaille


Deze week wordt bekend welke nieuwe onderscheiding de Nederlandse militair eert voor moed onder vijandelijk vuur. Veteranen, politiek en nabestaanden twisten over twee voorstellen, schreef ik in De Pers

Het krakeel begon met de ouders van korporaal Cor Strik. Zij willen voor hun op 20 september 2007 in Afghanistan gesneuvelde zoon een postume herinnering, zoals gebruikelijk in de Verenigde Staten. Minister van Defensie Eimert van Middelkoop nam de suggestie in overweging en direct ontstond een verhitte discussie binnen de 130.000 grote groep Nederlandse veteranen. Want, wie komt in aanmerking voor het eremetaal en wie niet?

Ik belde secretaris-penningmeester van de Vereniging Dragers Militaire Dapperheidonderscheidingen. Deze Wim Elgers spreekt van ‘een slecht idee van de minister’. Hij vindt een postume herinnering niet nodig want als militair kun je met militaire eer worden begraven op erebegraafplaats Loenen en word je ieder jaar herdacht. ‘Een grotere eer bestaat niet,’ zei-ie.
En passant wijst Elgers op praktische bezwaren. ‘Een nieuwe onderscheiding voor de gesneuvelden betekent ook dat je de 6.200 omgekomen militairen in Indonesië er een moet geven.’ Heeft hij helemaal gelijk in. Daarnaast, zeggen zijn medestanders, moet je ook een militair eren die zich heeft dood gedronken zoals in Cambodja is gebeurd. Of die zelfmoord hebben gepleegd, zoals het eerste dodelijke slachtoffer in Uruzgan? Ook daar zit wat in.

Een tweede voorstel, een insigne voor militairen betrokken bij gevechtshandelingen, geopperd door ex-Commandant der Strijdkrachten Dick Berlijn, wijst drager van de Bronzen Leeuw Wim Elgers ook af. Er bestaan al vier dapperheidonderscheidingen; de Bronzen Leeuw (al 1210 maal uitgereikt) , het Bronzen Kruis (3498 maal), het Kruis van Verdienste (2083 maal) en het Vliegerskruis (735 maal). ‘Genoeg keus, lijkt me. Nog een medaille erbij en je loopt erbij als een kerstboom.‘
Voorstanders van een nieuw gevechtsinsigne wijzen op de groeiende wens onder militairen om onderscheid. ‘Nu krijgt een officier met een kantoorbaan bij het Centraal Commando in Tampa, Florida, dezelfde ‘Herinneringsmedaille Vredesoperaties’ als een onderofficier die in Chora, Uruzgan, die voor zijn leven moest vechten, ’ zei een woordvoerder Defensie die vreemd genoeg niet met naam wilde worden genoemd maar wel de gevoelens vertolkt veel militairen. De hoogste gevechtsonderscheiding de Militaire Willems-Orde (zie illustratie) is sinds 1955 niet meer aan een individuele militair uitgereikt. En een ‘Draaginsigne’ heeft iedereen al.
Jan Schoeman, woordvoerder Veteraneninstituut in Doorn wijst op de praktische problemen van weer een medaille. ‘Het ziet er sympathiek uit maar het is organisatorisch onuitvoerbaar en je gaat mensen ermee kwetsen want je creëert rechtsongelijkheid. Het middel wordt zo erger dan de kwaal.’ Tweede Kamerlid Angelien Eijsink (PvdA) ten slotte, ook wel ‘moeder van de veteranen’ genoemd, durft geen partij te kiezen in deze discussie waar de emoties hoog oplopen. ‘Ik snap dat een medaille erg belangrijk is voor een familie van een omgekomen militair. Aan de andere kant moeten we ook niet over elkaar heen rollen voor een onderscheiding.’
 

Clara's Penning


Opnieuw valt mij een grote eer te beurt. Gisteren bij Pauw & Witteman hoorde ik officieel dat ik de Clara Meijer-Wichmann Penning 2008 krijg. Deze prestigieuze prijs, ingesteld door de Liga voor de Rechten van de Mens en J’accuse, wordt jaarlijks uitgereikt aan ‘een persoon of organisatie in Nederland die zich op onderscheidende wijze heeft ingezet voor de waarborging van mensenrechten,’ aldus het persbericht. Wat het allemaal nog fraaier maakt is dat dit jaar het 60-jarige bestaan van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens wordt gevierd.
Vooral mijn Afghanistan-verslaggeving beviel de jury erg goed. Een citaat: ‘Vanuit de internationaal geaccepteerde mensenrechten en het humanitaire oorlogsrecht zijn aanvallen op burgers in oorlog onaanvaardbaar. De aandacht die Karskens heeft gevraagd en gekregen voor de Afghaanse burgerslachtoffers is essentieel voor de erkenning van hun mensenrechten. Hij heeft een onmisbare bijdrage geleverd aan human rights reporting in Nederland. Hij mag een voorbeeld worden genoemd voor de huidige en toekomstige generatie (oorlogs) journalisten.’
Maar zelf weet ik dat het onderzoek naar de schietincidenten in Irak en mijn werk om via de stichting OnderzoekOorlogsmisdaden lieden als oud SIPO-medewerker Klaas-Carel Faber en gifgassmokkelaar Frans van Anraat achter slot en grendel te krijgen ook indruk heeft gemaakt.
De penning ontvang ik op 10 december. Advocaat en Professor Internationaal Recht Liesbeth Zegveld houdt dan de Clara Meijer-Wichmann lezing. Zij zal ingaan op de positie van burgerslachtoffer in het internationale oorlogsrecht en de verantwoordelijkheid van de Nederlandse staat..


Voor de blog van P&W schreef ik dit stukje:
De uitzending begon voor mij wat rommelig. Voor aanvang hoorde ik van een technicus dat het ‘nog wel een kwartiertje’ zou duren dus begon ik een wandeling door het 19e eeuwse gebouw aan de Plantage Middenlaan. Tot ik verweg in de gang geroep hoorde dat de vooraankondiging was gestart. Blozend van schaamte schoof ik voor een draaiende camera aan tafel; Een journalist kan alles maken maar niet de deadline missen.
Ik was het laatste onderwerp wat je concentratie op de andere gesprekken, de kredietcrisis en China na de Spelen, vermindert. In je achterhoofd beantwoord je namelijk de vragen die je denkt te krijgen.
Voordeel is dat je niet meegaat in de teneur van de tafel. Tafelgasten Tweede Kamerlid voor de SP Ewout Irrgang en presentator Hans Goedkoop spraken somber over de kredietcrisis. Doemdenken, vond ik. Niemand in Nederland heeft er nog geen stuk brood minder om gegeten. Ik lanceerde de complotgedachte dat de crash een opgezet doel is van kapitaalkrachtigen die vorig jaar zomer hun aandelenpakket hebben verkocht, geruchten de wereld in slingerden om binnenkort dezelfde aandelen voor een prikkie terug te kopen.
Ook de kritiek van correspondente en oud-tafeltenniskampioene Betinne Vriesekoop dat er wel erg veel Chinese vrouwen deel uitmaken van het nationaal pingpongteam was niet aan mij besteed. Ik vind hun aanwezigheid namelijk een soort ontwikkelingshulp aan Nederland om het niveau op te krikken.
Vervolgens mocht ik horen dat de Clara Meijer-Wichmann Penning 2008 aan mij is toegekend. ‘Eindelijk dacht ik. En weg waren de snedige opmerkingen die ik dat uur had opgehoopt. Deze bijvoorbeeld: dat de Nederlandse mensenrechtenpolitiek een van ‘licht op straat en donker binnen’ is. Wat ik wel kwijt kon was mijn kritiek op de embedded-journalistiek . Maar ik had me voorgenomen een verwijzing te maken naar de financiële journalistiek. Daar zitten media ook vaak op schoot. Vergeten! Blij was ik met het fragment over de voortvluchtige oorlogsmisdadiger Klaas-Carel Faber. Maar foetsie de opmerking dat welgeteld één parlementslid opheldering vroeg naar aanleiding van een Open Brief van nabestaanden die smeekten om vervolging.
P&W is soms net De Show van de Gemiste Kansen.




Voor het fragment van P&W en de aankondiging in de Pers verwijs ik naar prijs
 

Met Corry op het dak


Zij is mijn favoriet, Corry Hancké van De Standaard. Een fraaier voorbeeld van dienstenjournalistiek bestaat niet. Met haar tocht naar Zuid-Afghanistan (zie blog 27juni) joeg ze me al op de kast. Afgelopen vrijdag zat ik op het dak!
Cory had namelijk een interview met NAVO-secretaris-generaal Jaap de Hoop Scheffer ‘We moeten beter ons best doen in Afghanistan’. Het gesprek versloeg met straatlengtes haar vorige meesterwerken. Haar geheim? Niet moeilijk doen van: zal ik er voor de vorm een kritische vraag tussengooien? Nee, hangend aan de lippen van onze secretaris-generaal fungeerde ze als prima bella van gestuurd nieuws over de oorlog in Afghanistan. (Voor de leek: Gestuurd nieuws is het volgende: Je wil iets gedaan krijgen. Je weet dat een perscommuniqué door niemand serieus wordt genomen dus gebruik je een journalist om je boodschap te verspreiden.)

Een extract:

Corry (kucht. Is wat zenuwachtig. Jaap is ook niet de eerste de beste maar ze voelt haarscherp zijn verlangens aan dus ze vraagt): Moet Isaf meer troepen sturen?
Jaap (knikt, kijkt bijzonder serieus maar denkt intussen: zalig zijn de onnozelen ): Mijn antwoord is ja. Niet alleen de Amerikanen maar ook de Europese bondgenoten moeten dat doen. De Navo heeft nog steeds niet voldaan aan wat onze militaire adviseurs zeggen dat we nodig hebben. Ik doe dus een oproep aan de Europese bondgenoten, niet alleen aan de Amerikanen.

Corry (knikt nu ook. Ze begrijpt de grote-mensenpolitiek, wil ze daar mee zeggen. Daarnaast is ze een goed patriot. Ze gaat die man echt niet tegenspreken. Ze wil hem juist helpen. Daarnaast, die volgende gratis trip naar Uruzgan –sprookje van duizend-en-één mannen- moet ze niet in gevaar brengen. Dus ze vraagt): Verwacht u of hoopt u dat België meer zal bijdragen?
Jaap (pakt een pot stroop en begint naar hartenlust te smeren): België heeft een heel belangrijke, kwalitatieve sprong gemaakt. Minister De Crem heeft een zeer goede beslissing genomen en die door het parlement geloodst. Ik kijk dus niet in eerste instantie naar België voor een extra bijdrage. België heeft zijn F-16's in Kandahar en zijn verantwoordelijkheden in Kabul. Ik doe wel een beroep op alle bondgenoten, inclusief België, om ervoor te zorgen dat we kunnen voldoen aan de vragen die de militaire adviseurs hebben. We zitten nog steeds onder the combined state of requirement.

Corry (begrijpt de laatste woorden niet helemaal maar laat zich niet kennen. Ook al mag ze het niet schrijven, weet ze dat de Navo er beroerd voorstaat. Ze wil helpen. Dus vraagt ze): Hoe groot is het tekort?
Jaap (nu met een zuinige mond): Er is een tekort, maar ik ga daar niet over uitweiden omdat andere mensen meeluisteren. Maar we hebben van alles te weinig, we hebben vooral een chronisch tekort aan helikopters en C-130 transportvliegtuigen.

Corry (krijgt een por van de persvoorlichter en stelt de vraag die ze moest stellen om Jaap überhaupt te mogen spreken en denkt in haar achterhoofd dat eigen transport ook in haar voordeel is): Onze C-130's zouden kunnen worden ingezet?
Jaap (blij want nu mag hij scoren): Er zijn Belgische C-130 in Afghanistan geweest en misschien zijn er nu nog één of twee. Ik doe een beroep op alle bondgenoten om te leveren waar er tekorten zijn. Ik ga nu geen specifieke vragen aan België stellen, maar er is een tekort aan C-130's of C-130 equivalenten.

(Niet hoorbaar voor de krantenlezer maar in de coulissen stijgt een waarderend applaus op. Het was een puike uitvoering door twee topacteurs. Corry wordt naar de uitgang gesneld waar in haar oren wordt gefluisterd dat ze van harte welkom is bij een volgende trip naar Afghanistan. Buiten maakt ze een vreugdesprong. Binnen wrijft Jaap zich verlekkerd in de handen.)

PS Dat de Vlaamse journalistiek ook nog iets inhoudelijks heeft, bewijst mijn bezoek aan Antwerpen. Was het ook daar niet met alle sprekers eens maar er bestond wel de nodige (zelf)kritiek die bij Corry ontbreekt. Lees verder hier
 
JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

Nieuwsbrief







Laatste artikelen