Home Weblog

Weblog

Groet uit Mosul


Sorry trouwe lezers. Ik was twee weken incommunicado, want in Irak. Ik heb prachtige reportages gemaakt die u de komende weken kunt lezen in De Pers en kunt zien bij Netwerk. Een reportage bracht me naar Mosul, de derde stad van Irak en meteen de gevaarlijkste.
Voordeel van een onveilige stad is dat je met zo weinig bezoekers nooit hoeft de wachten bij de ruines van de Nineveh waar Assyrische schatten onder meters modder en zand liggen begraven. Een jongetje deed het hek open en ik kon de ‘Lamassu’, bewonderen.

Vandaag schrijf ik De pers over de Amerikaanse verkiezingen in Irak. Mijn stelling, en die van veel Irakezen, is dat de democratische kandidaat Barack Obama de oorlog in Irak doet opleven omdat hij de 140.000 Amerikaanse militairen versneld wilt terugtrekken.
Irakezen kiezen altijd uit eigen belang, nooit uit landsbelang, verzekerde een Koerd mij. En in Noord-Irak vormen de olievoorraden, geschat op eenderde van de totale voorraad van het land, de inzet. Wie welk olieveld mag claimen, staat nog lang niet vast en genoeg aanleiding voor een robbertje vechten. ’Als de plannen van Obama doorgaan en de Amerikanen inpakken dan kun je wachten op een nieuwe oorlog; die tussen soennieten en Koerden.’

Lees Met Obama ontploft de boel in Mosul
 

Over Vrede en toch Oorlog


U hebt er vast over gehoord: De voorgenomen vredesonderhandeling met de Taliban. In een artikel voor De Pers vandaag waarschuw ik dat ze de positie van Nederlandse militairen in Uruzgan zal verergeren. Meer aanvallen en langer verblijf in Uruzgan, is mijn voorspelling.

Het eerste: met wie je moet onderhandelen? De Taliban in Uruzgan bestaat uit drie groepen, vertelde een lokale inwoner mij. Hij is nauw betrokken bij een lokale Talibanchef uit het dorp Surkh-Murghab en weet waar-ie het over heeft. Zestig procent van de Talibanstrijders in deze ‘Nederlandse provincie’ willen best deel uitmaken van de regering. ‘Alleen, de rest, veertig procent zijn strikte Talibans, die wraak willen voor verloren familieleden, en de Pakistaanse Talibs betaald door het buitenland die het beste zijn uitgerust.’ Zij zullen nooit onderhandelen zolang 70.000 buitenlandse militairen in Afghanistan verblijven, verzekert hij.

Het tweede: Vredesonderhandelingen maakt het voor de Nederlandse militairen op het slagveld niet gemakkelijker. Het moreel van de Taliban-vechters krijgt een enorme stuwing. Zij ruiken de overwinning. Ook zal de bevolking kiezen voor de uiteindelijke morele winnaar, in dit geval de Taliban. Het gevolg is dat de supporters van de Nederlanders een goed heenkomen zoeken en er nog minder levensreddende inlichtingen, over bijvoorbeeld bermmijnen uit het publiek komen.

Het derde: Nederlandse troepen ook na 2010 actief in Uruzgan blijven. Terugtrekking zal de positie van de Afghaanse president verzwakken denken in dat geval zowel de Amerikaanse als de Nederlandse regering.

Het moraal: De krijgsgeschiedenis leert vooral dat vredesonderhandelingen het opvoeren van de gevechten betekenen. Winst op het slagveld betaalt zich immers terug aan de conferentietafel. Zo vielen de meeste van de circa 4700 omgekomen Nederlandse militairen tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog (1945-1949) pas na de akkoorden van Linggadjatie in maart 1947 en formele wapenstilstand van januari 1948. Hetzelfde horror scenario is ook mogelijk in Uruzgan.

De reacties: Defensie-woordvoerder Operatiën Robin Middel ziet in vredesgesprekken uitvoering van de Nederlandse drie D’s strategie, winnen door Defence, Development and Diplomacy. Inhoudelijk onthoudt hij zich van commentaar: ‘Het is aan de Afghanen om de discussie te voeren.’ Over groter gevaar voor de Nederlandse militairen: ‘Ik zie geen aanleiding om ons al zorgen te maken.’

Het grote geheim: Hans van Baalen, woordvoerder Defensie vertrekt als VVD lijsttrekker voor de Europese Verkiezingen naar Brussel. Zijn collega, oud minister van Defensie Henk Kamp, pakt zijn koffer voor de Antillen. Hij wordt commissaris voor de eilanden Bonaire, st. Eustatius en Saba. De overeenkomst? Alle twee zeiden dat Nederland zich moet terugtrekken uit Uruzgan, de een in 2008 en de ander in 2010. En dat gebeurt niet. Dus houden ze de eer aan zichzelf en laten de rotzooi aan ons.
 

Uw aandacht graag…


Vandaag heibelt de Tweede Kamer over de slechte beveiliging van Nederlandse kazernes (prima onderzoeksjournalistiek van Alberto Stegeman overigens). Zonder problemen kun je F-16’s bekrassen en draden trekken uit een Chinook-helikopter. In gedachte zie ik al die duffe polderterroristen zichzelf voor hun kop slaan. Wat een gemiste kans! En over koppen gesproken: misschien rolt die van Minister Eimert van Middelkoop binnenkort, want dit is de zoveelste blunder op zijn conto.

Toch behandel ik liever een belangrijkere zaak, namelijk de vervolging van misdadigers uit de Tweede Wereldoorlog. Beter gezegd: Het stoppen daarvan. In de Pers van vorige week onthulde ik dat de grootste boeven in de vaderlandse geschiedenis door het pensioen Landelijke Officier van Justitie Oorlogsmisdrijven M.H.L. De Roos-Schoenmakers, per 1 augustus, niet langer actief worden vervolgd. En het bleef doodstil. Ook in het parlement.
Voor het verhaal belde links en recht. De Roos wist niks van opvolging. `Goeie vraag. Mijn vertrek heb ik doorgegeven aan de hoofdadvocaat-generaal van het ressortparket Arnhem.’ Deze laat weten via een secretaresse: ‘niemand houdt zich hier nog bezig met de vervolging van misdadigers uit de Tweede Wereldoorlog.’

Voor wie het niet wist. De functie Landelijke Officier van Justitie Oorlogsmisdrijven werd in 1979 ingesteld na publieke verontwaardiging omdat bijna 35 jaar na de oorlog nog 317 Nederlanders en enkele Duitsers gezocht werden voor misdaden variërend van hulpverlening aan de vijand tot moord.
Volgens de Friese Nazi-jager Jack Kooistra, die ik ook sprak, was vervolging een wassen neus. ‘De eerste landelijk officier L. de Beaufort was wel doortastend. Zijn opvolger P.M. Brilman heeft geen successen geboekt. En diens opvolger De Roos-Schoenmakers, daar is helemaal niets vanuit gegaan.’
Zelf achterhaalde Kooistra in de jaren negentig ondermeer de verblijfplaats van landverrader Jacob Luitjens in Canada. Kooistra verwijt de landelijke officieren gebrek aan daadkracht. ‘Wat we gemist hebben was een krachtfiguur die met de vuist op tafel sloeg. Schandalig als je weet wie ze lieten lopen.’ Maar hij toonde begrip voor hun beperkingen: ‘Ze zaten gevangen in een juridisch keurslijf. Om economische en politieke motieven is vervolging op een laag pitje gezet.’


In 1995 stonden door overlijden en verjaring nog 35 voortvluchtigen gesignaleerd. In 2001 was het aantal afgenomen tot 14 namen. Anno 2008 leven vier Nederlandse oorlogsmisdadigers in Duitsland. Een daarvan is oud Sicherheitspolizei-medewerker Klaas Carel Faber (geboren 1922), medepleger van executies en zware mishandeling op verzetsmensen en gijzelaars in Groningen en Drenthe. Vertrekkend officier De Roos-Schoenmakers: ‘Het is voor mij ongeloofwaardig dat hij nog veroordeeld kan worden. Hij is Duits onderdaan en mochten er nog getuigen opstaan zijn die zestig jaar na de feiten onbetrouwbaar geworden.’ Voor haar vertrek heeft ze een deel van de dossiers overgebracht naar het Nationaal Archief in Den Haag. ‘Op een gegeven moment moet je de zaak laten rusten. Ik zou mijn tijd ergens anders voor gebruiken.’
Voortvluchtige Herbertus Bikker(1915), die een verzetsman doodschoot, kreeg in 2005 te horen dat hij om gezondheidsredenen niet langer vervolgd kan worden. Nummer drie, Siert Bruins (1921), nam deel aan de moord op twee joodse broers en zat enige tijd vast in Duitsland en zal evenmin aan Nederland worden uitgeleverd om de rest van zijn levenslange celstraf uit te zitten. Nummer vier, oud SS-er Heinrich Boere (geboren 1921), staat komend voorjaar in Aken terechtstaat voor moord op drie mannen. Dit proces is aangezwengeld door Duitse onderzoekers.

In een reactie meldde een woordvoerster van het arrondissementsparket in Arnhem dat er wel degelijk naar vervanging wordt gezocht voor De Roos-Schoenmakers maar weet geen naam of tijdstip voor aanstelling en het kan dus nog wel een tijdje duren: ‘Misdadigers uit de Tweede wereldoorlog dossier vormen niet de meest actuele dossiers.’ Zou maar opschieten. De jongste is 86 jaar! Nog even het hoeft niet meer.

Foto: Klaas-Carel Faber door mij vorig jaar gefotografeerd op (nog) vrije voeten.
 

Vechten om een medaille


Deze week wordt bekend welke nieuwe onderscheiding de Nederlandse militair eert voor moed onder vijandelijk vuur. Veteranen, politiek en nabestaanden twisten over twee voorstellen, schreef ik in De Pers

Het krakeel begon met de ouders van korporaal Cor Strik. Zij willen voor hun op 20 september 2007 in Afghanistan gesneuvelde zoon een postume herinnering, zoals gebruikelijk in de Verenigde Staten. Minister van Defensie Eimert van Middelkoop nam de suggestie in overweging en direct ontstond een verhitte discussie binnen de 130.000 grote groep Nederlandse veteranen. Want, wie komt in aanmerking voor het eremetaal en wie niet?

Ik belde secretaris-penningmeester van de Vereniging Dragers Militaire Dapperheidonderscheidingen. Deze Wim Elgers spreekt van ‘een slecht idee van de minister’. Hij vindt een postume herinnering niet nodig want als militair kun je met militaire eer worden begraven op erebegraafplaats Loenen en word je ieder jaar herdacht. ‘Een grotere eer bestaat niet,’ zei-ie.
En passant wijst Elgers op praktische bezwaren. ‘Een nieuwe onderscheiding voor de gesneuvelden betekent ook dat je de 6.200 omgekomen militairen in Indonesië er een moet geven.’ Heeft hij helemaal gelijk in. Daarnaast, zeggen zijn medestanders, moet je ook een militair eren die zich heeft dood gedronken zoals in Cambodja is gebeurd. Of die zelfmoord hebben gepleegd, zoals het eerste dodelijke slachtoffer in Uruzgan? Ook daar zit wat in.

Een tweede voorstel, een insigne voor militairen betrokken bij gevechtshandelingen, geopperd door ex-Commandant der Strijdkrachten Dick Berlijn, wijst drager van de Bronzen Leeuw Wim Elgers ook af. Er bestaan al vier dapperheidonderscheidingen; de Bronzen Leeuw (al 1210 maal uitgereikt) , het Bronzen Kruis (3498 maal), het Kruis van Verdienste (2083 maal) en het Vliegerskruis (735 maal). ‘Genoeg keus, lijkt me. Nog een medaille erbij en je loopt erbij als een kerstboom.‘
Voorstanders van een nieuw gevechtsinsigne wijzen op de groeiende wens onder militairen om onderscheid. ‘Nu krijgt een officier met een kantoorbaan bij het Centraal Commando in Tampa, Florida, dezelfde ‘Herinneringsmedaille Vredesoperaties’ als een onderofficier die in Chora, Uruzgan, die voor zijn leven moest vechten, ’ zei een woordvoerder Defensie die vreemd genoeg niet met naam wilde worden genoemd maar wel de gevoelens vertolkt veel militairen. De hoogste gevechtsonderscheiding de Militaire Willems-Orde (zie illustratie) is sinds 1955 niet meer aan een individuele militair uitgereikt. En een ‘Draaginsigne’ heeft iedereen al.
Jan Schoeman, woordvoerder Veteraneninstituut in Doorn wijst op de praktische problemen van weer een medaille. ‘Het ziet er sympathiek uit maar het is organisatorisch onuitvoerbaar en je gaat mensen ermee kwetsen want je creëert rechtsongelijkheid. Het middel wordt zo erger dan de kwaal.’ Tweede Kamerlid Angelien Eijsink (PvdA) ten slotte, ook wel ‘moeder van de veteranen’ genoemd, durft geen partij te kiezen in deze discussie waar de emoties hoog oplopen. ‘Ik snap dat een medaille erg belangrijk is voor een familie van een omgekomen militair. Aan de andere kant moeten we ook niet over elkaar heen rollen voor een onderscheiding.’
 

Clara's Penning


Opnieuw valt mij een grote eer te beurt. Gisteren bij Pauw & Witteman hoorde ik officieel dat ik de Clara Meijer-Wichmann Penning 2008 krijg. Deze prestigieuze prijs, ingesteld door de Liga voor de Rechten van de Mens en J’accuse, wordt jaarlijks uitgereikt aan ‘een persoon of organisatie in Nederland die zich op onderscheidende wijze heeft ingezet voor de waarborging van mensenrechten,’ aldus het persbericht. Wat het allemaal nog fraaier maakt is dat dit jaar het 60-jarige bestaan van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens wordt gevierd.
Vooral mijn Afghanistan-verslaggeving beviel de jury erg goed. Een citaat: ‘Vanuit de internationaal geaccepteerde mensenrechten en het humanitaire oorlogsrecht zijn aanvallen op burgers in oorlog onaanvaardbaar. De aandacht die Karskens heeft gevraagd en gekregen voor de Afghaanse burgerslachtoffers is essentieel voor de erkenning van hun mensenrechten. Hij heeft een onmisbare bijdrage geleverd aan human rights reporting in Nederland. Hij mag een voorbeeld worden genoemd voor de huidige en toekomstige generatie (oorlogs) journalisten.’
Maar zelf weet ik dat het onderzoek naar de schietincidenten in Irak en mijn werk om via de stichting OnderzoekOorlogsmisdaden lieden als oud SIPO-medewerker Klaas-Carel Faber en gifgassmokkelaar Frans van Anraat achter slot en grendel te krijgen ook indruk heeft gemaakt.
De penning ontvang ik op 10 december. Advocaat en Professor Internationaal Recht Liesbeth Zegveld houdt dan de Clara Meijer-Wichmann lezing. Zij zal ingaan op de positie van burgerslachtoffer in het internationale oorlogsrecht en de verantwoordelijkheid van de Nederlandse staat..


Voor de blog van P&W schreef ik dit stukje:
De uitzending begon voor mij wat rommelig. Voor aanvang hoorde ik van een technicus dat het ‘nog wel een kwartiertje’ zou duren dus begon ik een wandeling door het 19e eeuwse gebouw aan de Plantage Middenlaan. Tot ik verweg in de gang geroep hoorde dat de vooraankondiging was gestart. Blozend van schaamte schoof ik voor een draaiende camera aan tafel; Een journalist kan alles maken maar niet de deadline missen.
Ik was het laatste onderwerp wat je concentratie op de andere gesprekken, de kredietcrisis en China na de Spelen, vermindert. In je achterhoofd beantwoord je namelijk de vragen die je denkt te krijgen.
Voordeel is dat je niet meegaat in de teneur van de tafel. Tafelgasten Tweede Kamerlid voor de SP Ewout Irrgang en presentator Hans Goedkoop spraken somber over de kredietcrisis. Doemdenken, vond ik. Niemand in Nederland heeft er nog geen stuk brood minder om gegeten. Ik lanceerde de complotgedachte dat de crash een opgezet doel is van kapitaalkrachtigen die vorig jaar zomer hun aandelenpakket hebben verkocht, geruchten de wereld in slingerden om binnenkort dezelfde aandelen voor een prikkie terug te kopen.
Ook de kritiek van correspondente en oud-tafeltenniskampioene Betinne Vriesekoop dat er wel erg veel Chinese vrouwen deel uitmaken van het nationaal pingpongteam was niet aan mij besteed. Ik vind hun aanwezigheid namelijk een soort ontwikkelingshulp aan Nederland om het niveau op te krikken.
Vervolgens mocht ik horen dat de Clara Meijer-Wichmann Penning 2008 aan mij is toegekend. ‘Eindelijk dacht ik. En weg waren de snedige opmerkingen die ik dat uur had opgehoopt. Deze bijvoorbeeld: dat de Nederlandse mensenrechtenpolitiek een van ‘licht op straat en donker binnen’ is. Wat ik wel kwijt kon was mijn kritiek op de embedded-journalistiek . Maar ik had me voorgenomen een verwijzing te maken naar de financiële journalistiek. Daar zitten media ook vaak op schoot. Vergeten! Blij was ik met het fragment over de voortvluchtige oorlogsmisdadiger Klaas-Carel Faber. Maar foetsie de opmerking dat welgeteld één parlementslid opheldering vroeg naar aanleiding van een Open Brief van nabestaanden die smeekten om vervolging.
P&W is soms net De Show van de Gemiste Kansen.




Voor het fragment van P&W en de aankondiging in de Pers verwijs ik naar prijs
 

Met Corry op het dak


Zij is mijn favoriet, Corry Hancké van De Standaard. Een fraaier voorbeeld van dienstenjournalistiek bestaat niet. Met haar tocht naar Zuid-Afghanistan (zie blog 27juni) joeg ze me al op de kast. Afgelopen vrijdag zat ik op het dak!
Cory had namelijk een interview met NAVO-secretaris-generaal Jaap de Hoop Scheffer ‘We moeten beter ons best doen in Afghanistan’. Het gesprek versloeg met straatlengtes haar vorige meesterwerken. Haar geheim? Niet moeilijk doen van: zal ik er voor de vorm een kritische vraag tussengooien? Nee, hangend aan de lippen van onze secretaris-generaal fungeerde ze als prima bella van gestuurd nieuws over de oorlog in Afghanistan. (Voor de leek: Gestuurd nieuws is het volgende: Je wil iets gedaan krijgen. Je weet dat een perscommuniqué door niemand serieus wordt genomen dus gebruik je een journalist om je boodschap te verspreiden.)

Een extract:

Corry (kucht. Is wat zenuwachtig. Jaap is ook niet de eerste de beste maar ze voelt haarscherp zijn verlangens aan dus ze vraagt): Moet Isaf meer troepen sturen?
Jaap (knikt, kijkt bijzonder serieus maar denkt intussen: zalig zijn de onnozelen ): Mijn antwoord is ja. Niet alleen de Amerikanen maar ook de Europese bondgenoten moeten dat doen. De Navo heeft nog steeds niet voldaan aan wat onze militaire adviseurs zeggen dat we nodig hebben. Ik doe dus een oproep aan de Europese bondgenoten, niet alleen aan de Amerikanen.

Corry (knikt nu ook. Ze begrijpt de grote-mensenpolitiek, wil ze daar mee zeggen. Daarnaast is ze een goed patriot. Ze gaat die man echt niet tegenspreken. Ze wil hem juist helpen. Daarnaast, die volgende gratis trip naar Uruzgan –sprookje van duizend-en-één mannen- moet ze niet in gevaar brengen. Dus ze vraagt): Verwacht u of hoopt u dat België meer zal bijdragen?
Jaap (pakt een pot stroop en begint naar hartenlust te smeren): België heeft een heel belangrijke, kwalitatieve sprong gemaakt. Minister De Crem heeft een zeer goede beslissing genomen en die door het parlement geloodst. Ik kijk dus niet in eerste instantie naar België voor een extra bijdrage. België heeft zijn F-16's in Kandahar en zijn verantwoordelijkheden in Kabul. Ik doe wel een beroep op alle bondgenoten, inclusief België, om ervoor te zorgen dat we kunnen voldoen aan de vragen die de militaire adviseurs hebben. We zitten nog steeds onder the combined state of requirement.

Corry (begrijpt de laatste woorden niet helemaal maar laat zich niet kennen. Ook al mag ze het niet schrijven, weet ze dat de Navo er beroerd voorstaat. Ze wil helpen. Dus vraagt ze): Hoe groot is het tekort?
Jaap (nu met een zuinige mond): Er is een tekort, maar ik ga daar niet over uitweiden omdat andere mensen meeluisteren. Maar we hebben van alles te weinig, we hebben vooral een chronisch tekort aan helikopters en C-130 transportvliegtuigen.

Corry (krijgt een por van de persvoorlichter en stelt de vraag die ze moest stellen om Jaap überhaupt te mogen spreken en denkt in haar achterhoofd dat eigen transport ook in haar voordeel is): Onze C-130's zouden kunnen worden ingezet?
Jaap (blij want nu mag hij scoren): Er zijn Belgische C-130 in Afghanistan geweest en misschien zijn er nu nog één of twee. Ik doe een beroep op alle bondgenoten om te leveren waar er tekorten zijn. Ik ga nu geen specifieke vragen aan België stellen, maar er is een tekort aan C-130's of C-130 equivalenten.

(Niet hoorbaar voor de krantenlezer maar in de coulissen stijgt een waarderend applaus op. Het was een puike uitvoering door twee topacteurs. Corry wordt naar de uitgang gesneld waar in haar oren wordt gefluisterd dat ze van harte welkom is bij een volgende trip naar Afghanistan. Buiten maakt ze een vreugdesprong. Binnen wrijft Jaap zich verlekkerd in de handen.)

PS Dat de Vlaamse journalistiek ook nog iets inhoudelijks heeft, bewijst mijn bezoek aan Antwerpen. Was het ook daar niet met alle sprekers eens maar er bestond wel de nodige (zelf)kritiek die bij Corry ontbreekt. Lees verder hier
 

KAMERANTWOORDEN


Onze immer enthousiaste minister van Defensie Eimert van Middelkoop heeft de Kamervragen beantwoord, gesteld door Harry van Bommel(SP), over de mishandeling van gevangenen in Uruzgan zoals door mij beschreven in De Pers op 9 september ‘Mishandeld onder Nederlands gezag.’

Harry vraagt:
Is het waar dat door de Onafhankelijke Afghaanse Mensenrechtencommissie AIHRC is gemeld dat mishandeling van gevangenen door buitenlandse troepen veelvuldig voorkomt in Uruzgan? Indien ja, wat gaat u hiertegen ondernemen? Indien neen, bent u bereid dit bericht te laten onderzoeken?

De Minister antwoordt:
‘De Onafhankelijke Afghaanse Mensenrechtencommissie AIHRC heeft te kennen gegeven zich niet te herkennen in de weergave van het gesprek met de twee medewerkers in Tarin Kowt en zal de journalist hierop aanspreken. De beschuldigingen aan het adres van buitenlandse troepen in het desbetreffende artikel zijn niet onderschreven door de twee AIHRC-medewerkers.’

Mijn opmerking:
Vreemd. Want de uitlatingen van de twee medewerkers heb ik op videoband staan. Ze lazen ze voor uit hun eigen verslagen. Een vertelt kijkend in de camera dat alle gevangenen door buitenlandse militairen worden mishandeld. Ik heb de zaak nogmaals laten controleren door het regionale kantoor in Kandahar en die noemen het aantal van zes.
Wie jokt er nu: de minister? Of jokt het hoofdkantoor in Kabul van de AIHRC? De medewerkers wonen en werken in Tarin Kowt en hebben de gevangenen gesproken. Waarom zouden die niet de waarheid spreken?

Harry vraagt ook over een andere mishandeling door mij beschreven:
Klopt de weergave van de behandeling van Din Mohammed door een (Nederlandse) militair? Wat is uw oordeel over die behandeling?

De minister antwoordt:
‘Op 4 april 2008 onderzochten ISAF-militairen een huis, waarbij onder andere munitie, machinegeweren, onderdelen voor improvised explosive devices (IEDs), geld en drugs werden gevonden. Het huis was eigendom van de broer van Din Mohammed. Din Mohammed was tijdens de huiszoeking aanwezig, maar zag kans met een aantal anderen weg te komen. Daarbij bedreigde Din Mohammed de militairen die hem achtervolgden met een handgranaat en een geweer, waarop hij werd overmeesterd. Gelet op de omstandigheden is bij deze aanhouding geen bovenmatig geweld gebruikt. Voor de verwondingen die hij bij zijn aanhouding opliep, is hem direct ter plaatse en later in het role 2 hospitaal op Kamp Holland medische hulp verleend. De weergave van de feiten door Din Mohammed, waaronder de opmerking dat een voet op zijn hoofd zou zijn gezet, wordt niet ondersteund. Bij zijn aankomst in en zijn vertrek uit de tijdelijke detentiefaciliteit van de TFU zijn foto’s gemaakt van Din Mohammed, waarop de in het artikel genoemde verwondingen niet waarneembaar zijn. Ook in de medische rapportages komen dergelijke verwondingen niet voor.’

Mijn opmerking:
Ik heb Din Mohammed gesproken. Hij vertelde niet alleen dat hij op de grond een voet op zijn hoofd was gezet maar toonde ook de wonden aan bovenlijf en been. Hij was namelijk neergeschoten! Wederom heb ik daar videobeelden van. Waarom vermeldt Van Middelkoop dat niet? En spreekt hij van ‘geen bovenmatig geweld’.

Harry doe je werk als volksvertegenwoordiger! Eis dat de onderste steen bovenkomt! Eis dat de banden integraal worden bekeken door een onderzoekscommissie! De zweem dat onze fijne minister Van Middelkoop opnieuw de plank misslaat zou in niemands voordeel zijn.

Nog even dit:
Wist u dat onze minister van Oorlog gesteund wordt door een heuse propagandist. Hij runt de Uruzgan Weblog. Ik weet niets van zijn achtergronden want hij is anoniem. Wel becommentarieert hij mijn artikelen opvallend vaak. Dit keer schrijft hij:
‘De SP lijkt zich bij het stellen van Kamervragen op sleeptouw te hebben laten genomen door journalist Arnold Karskens. Deze heeft twee versies van dit relaas gepubliceerd. In de eerste versie leek hij er geen weet van te hebben dat de Australische Special Forces in Uruzgan niet onder Nederlands bevel vallen. In de tweede versie is dat veranderd. Nu doet zich weer een nieuwe situatie voor: Karskens baseert zijn bewering op uitlatingen van twee lokale medewerkers van de AIHRC; het ministerie zegt dat de AIHRC zich niet herkent in de weergave van dat gesprek met Karskens en hem hierop zal aanspreken. Ook foto's die Arnold Karskens bij zijn artikelen heeft geplaatst zouden niet kloppen.'

Mijn opmerkingen:
*Over de zaak van de hondenbeten heb ik eenmaal gepubliceerd namelijk in De Pers. Dus er is geen sprake van twee versies. Wel van twee verschillende interviews waar maanden tussen zaten. Een artikel ging over een verdachte die was gebeten (De pers: 9 september 2008) en een ander artikel waarin sprake was van de man die was neergeschoten en een voet op zijn hoofd kreeg(De Pers: 21 april 2008).
*De twee lokale medewerkers zijn in dienst van de AIHRC en werden mij zelfs aanbevolen door het regionale hoofdkantoor van AIHRC in Kandahar.
*Een ronduit lafhartige opmerking van deze ‘webmaster’ (of moet ik schrijven ‘webslave’) is dat de foto’s niet deugen. Bewijs dat eens weinig moedige man! En maak je bekend!


De foto is van een junkie in down town Tarin Kowt. (Nee, niet van een vermomde webmaster of minister, dat zijn nette mensen en komen daar niet.)
 

Lessen uit de oorlog


Het is weer hommeles in Uruzgan. Nederlandse verkenners rollen door het zand met hun superieuren en leidinggevenden van de gevechtseenheden klagen over het materieel. Vandaag schrijf ik erover in De Pers.
Ik verwijs naar Sun Tzu, een Chinese militaire strateeg die al 25 eeuwen geleden waarschuwde voor de Nederlandse malaise. In die tijd was bekend dat als vechters een opdracht weigeren zij geen vertrouwen in hun superieuren hebben. Deze oude zienswijze beaamt voorzitter Wim van den Burg van de militaire vakbond AFMP: “De 24 verkenners vonden dat ze te weinig tijd hadden bij de voorbereiding voor een missie buiten de poort. De verkenners hebben meerdere uitzendingen achter de rug en zijn gewend aan hoge spanning. Er is iets fundamenteels mis als wrijving bestaat met het kader.”
Kritiek spuien ook commandanten van de Battlegroup in een brandbrief naar hun vakbond VBM/NOV. Daarin klagen ze over te weinig pantserwagens en wat er rijdt, gebukt gaat onder zo’n grote slijtage dat het ‘Nederlandse levens in gevaar kan brengen’.
De kritieken leggen bloot dat na twee jaar ‘Missie Uruzgan’ de Nederlandse militairen er beroerder voorstaan dan bij het begin van de missie in augustus 2006. Het aantal Talibanstrijders is de laatste twee jaar verdubbeld tot circa 4.000 die tachtig procent van het oppervlakte controleren.
Vrienden, essentieel voor levensbeschermende inlichtingen, zijn de laatste twee jaar nauwelijks gemaakt. Het doodschieten, twee weken geleden, van districtchef Rozi Khan door Australische troepen, waarmee de Nederlanders nauw samenwerken, voedde het wantrouwen bij de bevolking. Als politiechef speelde Rozi Khan in juni vorig jaar een cruciale rol bij de verdediging van het district Chora tegen oprukkende Talibanstrijders. Veel inwoners zien in zijn dood een bevestiging van een geheime deal waarin geld en wapens worden geleverd aan de Taliban met het oogmerk de buitenlandse aanwezigheid in hun land te legitimeren. “De meeste ambtenaren en het publiek zeggen dat de veiligheid door zijn dood zal verslechteren,” meldde een lokale ontwikkelingswerker in Tarin Kowt mij. Het zenuwslopend zoeken naar van het grootste gevaar, de bermbommen, is een taak die de Nederlanders na twee jaar iedere dag met gevaar voor eigen gevaar moeten ondernemen. Lokale hulp is er nauwelijks. Terwijl de vijand meer dan ooit bescherming vindt onder de burgers. Om met de Chinese Sun-Tzu te spreken in ‘De kunst van het oorlogsvoeren’: ‘Hij die noch de vijand noch zichzelf kent zal in ieder gevecht gevaar lopen.’


Op de foto staat Rozi Khan die ik sprak bij mijn laatste bezoek aan Uruzgan. Hij prees toen de buitenlandse troepen uitdrukkelijk.
 

Journalist voor de vrede


Heugelijk nieuws. In Leiden ontving ik de prestigieuze prijs ‘Journalist voor de Vrede 2008’. Wie had dat ooit kunnen denken: Een vredesprijs voor een oorlogsverslaggever! De wonderen zijn de wereld niet uit, moet u maar denken.

De koperen duif met oorkonde werd uitgereikt door collega en winnaar van vorig jaar Koert Lindijer. Hij las een prachtig juryrapport voor waarin mijn ‘onafhankelijke, objectieve en kritische berichtgeving’ werd geprezen wat, aldus de organisatie Humanistisch Vredesberaad, bijdraagt ‘tot een cultuur van vrede en rechtvaardigheid’. Ik glom als een kristallen kroonluchter want wie wil niet dat zoiets over hem of haar wordt gezegd.
Een andere fraaie zin wil ik u ook niet onthouden. ‘Als een van de weinigen herinnert hij ons er consequent aan dat in een oorlogsgebied elke om het leven gebrachte inwoner van dat gebied niet minder tragisch is dan een gesneuvelde Nederlander of Amerikaan.’
Precies uit het hart gegrepen want zo denk ik er echt over.

De vredesprijs ook wel de ‘Han Achttienribbeprijs voor vredesjournalistiek’ genoemd werd eerder gewonnen door Stan van Houcke (2003), Anja Meulenbelt (2004), Mohammed Benzakour (2005) en Ramsey Nasr (2006).

U begrijpt, de prijsuitreiking liep uit op een waar volksfeest. Felicitaties en schouderklopjes waren mijn deel. Namens De Pers was uitgever Ben Rogmans en echtgenote Suzette aanwezig. Mijn dochter Ethel nam de foto. Kortom een geslaagde middag.
 

Frits


In de reeks ‘leuke ontmoetingen’ stel ik u voor aan Frits Wester, parlementair verslaggever bij RTLNieuws. Frits behoort tot de absolute Nederlandse Journalistieke Top met veel scoops en een eigen visie op de Haagse politiek. Gisteren zaten we in het programma ‘De leugen regeert’ als ‘mediaraad’. Dat is een tweekoppig college van bemoeiallen die kritiek spuien op collega’s zonder zelf op de korrel te worden genomen. En ik zal u eerlijk zeggen, dat is ook wel eens leuk op zijn tijd. Frits en ik waren dan ook goed op dreef.

We kwekten over censuur ‘bestaat, bestond en zal altijd bestaan’; Bolivia, waar ze volgens een gast geen indiaan als president hebben,‘Morales ziet eruit als een Indiaan en vindt zich een indiaan’ en over Artsen Zonder Grenzen die weinig directe overheidssteun krijgt en dus een niet-gouvermentele organisatie is, 'check en check’.

U kunt het hier terugzien.

Frits en ik liggen elkaar wel. Zelfs na een verhit debat over wel of geen censuur bij RTLNieuws na de bombardementen op het dorp Qala-e-Ragh juni vorig in Urzugan, kijken wel elkaar weer aardig en respectvol in de ogen. Buiten beeld spraken we over onze kinderen, dat verslaggeving zoals wij dat beoefenen (dus ongebonden aan embargo’s en andere overheidsrestricties) veel leuker is dan een hoofdredacteurschap en genoten van de complimenten van presentator (en gelegenheidsfotograaf) Felix Meurders en de hele redactie die ons dit seizoen weer graag terugzien.
 

You Tuben


Vandaag geen inspiratie dus wijs ik u gemakshalve door naar wat leuke filmpjes van mij uit Uruzgan:
Twee van de site van het praatprogramma Pauw & Witteman over een
opiumjunk
en
psychiatrische patiënten
Plus de uitzending van 9 september met drie ‘instarts’ van mij van P&W
En de fraaie column uit "De Leugen Regeert van Francisco van Jole over
de schone oorlog in Uruzgan

Foto van opiumjunk in Tarin Kowt. Lopen er honderden van rond.
 
JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

Nieuwsbrief







Laatste artikelen