Home Weblog

Weblog

Happen naar de baas!


De foto toont de littekens van hondenbeten die Abdul Nabi (30) in Uruzgan opliep bij zijn arrestatie op 7 augustus. Volgens Defensievoorlichting zou deze Abdul “een grote Talibanboef” zijn en zich hebben opgehouden in dezelfde Khala als de Taliban-schaduwgouverneur Bari Ghul. Na arrestatie door Australische Special Forces wist hij zich van zijn boeien te bevrijden en viel hij de hondengeleider aan. Waarna de beten volgden. Waarom Nabi ondanks zijn nauwe contacten met de Taliban toch na drie weken werd vrijgelaten is de woordvoerder niet duidelijk. Zelf verklaarde Nabi tegenover mij dat hij na het irrigeren van zijn land plots thuis werd overvallen en tegen de muur werd geworpen en op zijn gezicht geslagen. “Ze lieten een hond me bijten.” Dat de hond tegen boer Nabi is ingezet om een vluchtpoging te verijdelen of om eventueel zijn verzet bij arrestatie te breken, lijkt onwaarschijnlijk. De beten staan niet in een arm of kuit maar in beide bovenbenen op vrijwel dezelfde hoogte. De littekens lopen voornamelijk horizontaal wat er op zou kunnen duiden dat hij is gebeten toen hij al op de grond lag. Daarbij was hij als eenling geen partij voor getrainde militairen.
De mishandeling hield niet op. “Op de weg kreeg ik stroomstoten op mijn rug.”

Het geval Abdul Nabi staat niet alleen. Volgens de tweekoppige team van de Onafhankelijke Afghaanse Mensenrechtencommissie AIHRC in Tarin Kowt, Abdul Ahad en Abdul Shakoor, komt mishandeling door buitenlandse troepen veelvuldig voor in Uruzgan. Abdul Ahad: “We hebben de verklaring van zes gevangenen die nu in de gevangenis zitten die zeggen dat ze werden geslagen, geschopt, en elektrische schokken kregen toegediend. Sommigen zwaar, anderen minder.”
Hoogleraar Internationaal humanitair Recht Liesbeth Zegveld stelt dat het inzetten van een hond tegen weerloze gevangenen een ‘mishandeling’ is. “Het toedienen van stroomstoten kan onder de categorie oorlogsmisdrijven vallen.”

De laatste maanden neemt het aantal meldingen over marteling en mishandeling van arrestanten door buitenlandse troepen in Uruzgan toe. Door de zware censuur en bewegingsvrijheid opgelegd aan bezoekende journalisten vormt dit slechts het topje van de ijsberg.
-In april berichtte NRC Handelsblad over het naakt in de kou laten staan van drie verdachten in Kamp Holland in januari 2007.
-Een medewerker van Buitenlandse Zaken nam in juli en december vorig jaar verklaringen op van gevangenen die door Nederlandse militairen zou zijn geslagen. Oud-commandant der Strijdkrachten Dick Berlijn sprak zelf over ‘onregelmatigheden’.
-In april dit jaar verklaarde Taliban-verdachte Din Mohammed tegenover De Pers dat, nadat hij net daarvoor was neergeschoten, een Nederlandse militair een voet op zijn hoofd zette. -Vorige week nog verwierpen Australische militaire onderzoekers de klacht van de mishandeling van vier gevangenen waaronder een 70-jarige man en een 25-jarige man met één been die eind april waren gearresteerd, uitgekleed en geslagen.
-Ook werden vier gevangenen een etmaal opgesloten in hondenkennels wat leidde tot een politieke rel omdat het vernederend zou zijn. Volgens de Australische onderzoekers waren de behandelingen ‘redelijk en humaan’.

Wie dit leest begrijpt ook Task Force Uruzgan, waarin Nederland de Lead Nation is de strijd moeilijk kan winnen. Met het mishandelen van gevangenen win je natuurlijk nooit de ‘hearts & minds’.
 

Relatieve Rust


Sorry voor de lange radiostilte maar na een lang verblijf in Afghanistan ben ik weer boven water (boven zand & stof kan ik beter zeggen). Vanaf morgen stuur ik u weer berichten die dichter bij de waarheid liggen dan de uitspraken op persconferenties van Defensie in Den Haag. Zo stoor ik me vandaag al weer gruwelijk aan de mededeling in nagenoeg alle kranten dat ‘na een lange periode van relatieve rust’ gisteren bij een bomaanslag een Nederlandse militair is omgekomen. Hoe triest de dood van de 21-jarige Jos ten Brinke ook is, hij is niet het enige slachtoffer de laatste maanden. Zo kwamen de eerste week van augustus zes mensen (vijf kinderen en een bejaarde man) om het leven bij een bombardement in het district Khas Uruzgan. De weg tussen Tarin Kowt en Kandahar is bijna dagelijks het toneel van schietincidenten, zoals elders in de provincie.
De veiligheidssituatie in Uruzgan, anders dan Commandant der Strijdkrachten Peter van Uhm u wijsmaakt, is slecht. Nog een voorbeeld. Tot driehonderd meter. Zo dichtbij wist de Taliban-zelfmoordenaar op zondag 23 augustus Kamp Holland te naderen. Zijn doelwit was de machtigste politiechef van de provincie, Matiullah Khan, die de aanslag overleefde. De korte afstand tot dikke vestingwallen waarachter ruim duizend Nederlandse militairen zich veilig wanen, is veelzeggend, meldde de politiechef mij wijzend naar de afgerukte ledematen verspreid over het veld. Op de vlucht blies de Talibanstrijder zichzelf op. “De volgende keer dragen ze raketten mee om Nederlandse militairen te beschieten.” Matiullah Khan die het commando voert naar eigen zeggen 1.500 agenten noemt de veiligheidssituatie “50 procent” slechter dan vorig jaar. En hij kan het weten. “De Talibs zijn overal en hebben meer en modernere wapens dan wij.”
Een veiligheidsfunctionaris van een niet-gouvermentele organisatie in zuid-Afghanistan beaamt de crisis en meldde me dat de opium inmiddels is verkocht en dat met de opbrengst nieuwe wapens en munitie zijn gekocht. Grote aanvallen verwacht hij niet. De Taliban zal vooral hit- en run acties uitvoeren en nog meer gebruik maken van bermmijnen. In Tarin Kowt zouden twee zelfmoordenaars rondlopen op zoek naar elk persoon met een hoog profiel; de gouverneur, buitenlandse militairen of politiechefs. De extreem religieuze opstandelingen zouden volgens hoge functionarissen van de Afghaanse Nationale Veiligheidsdienst NDS in Uruzgan drieduizend man onder de wapenen hebben. Hun invloedsgebied begint aan de stadsgrens van Tarin Kowt. Een lokale arts schatte bij mijn bezoek dat de helft van de provinciehoofdstad inmiddels tot aanhangers van de Taliban behoort. Een apotheker in het centrum vult aan. “De Afghaan is pragmatisch. Hij kijkt wie wint en volgt deze. En het gaat alleen maar slechter in Uruzgan.”

Foto toont buitgemaakte wapens in april dit jaar. Sindsdien is het er niet beter op geworden.
 

Het Nederlandse Vingertje

e laatste dagen grijns ik vals. U weet wel: Zo’n onsymmetrische bananenlach in een licht schuddend hoofd. Van rechts naar links en weer terug. Want wat ik hoor, daar kan ík met mijn verstand niet bij.
Voor de goede orde, het gaat niet om zaken die ik momenteel meemaak op reportage in Afghanistan. (Die details leest u binnenkort) Nee, het gaat om wat ik via de radio hoor uit het verre Nederland. Zo zendt de omroep Llink het programma ‘Nieuwsllink’ uit over Nederlandse journalisten die in verre landen collega’s vragen hoe onafhankelijk zij kunnen werken. Heb thuis al eerder een aflevering gezien waarin presentator Roelof Hemmen een Turkse tv-zender bezocht. Vandaag gaat het over persvrijheid in Azerbeidzjan. An sich juich ik dergelijke programma’s toe. An sich.

Vrije journalistiek is een belangrijke peiler voor democratie, vrede en welvaart. Dat verdient alle steun. Het Llink programma is goed gemaakt en ik vind de omroep een aanwinst. Toch stoort mij iets. Misschien kan Llink daar zelf niets aan doen en wordt het mij gewoon allemaal te veel. Momenteel worden in tal van programma’s, journaals en krantenartikelen landen de maat genomen inzake hun persvrijheid. In China deugt er niets van toont programmamaker Paul Rosenmöller. Hij werd aangehouden door de politie. En ook de Russen draaien in hun oorlog met Georgië de mediaschroeven stevig aan. Zo keek correspondent Peter d’Hamacourt serieus boos toen hij bij Eenvandaag opsomde wat de tv-kijker in Moskou allemaal wordt onthouden. Om over Afrika en het Midden-Oosten maar te zwijgen. Het is allemaal waar. En het is allemaal een schande. En het is goed dat het wordt vermeld. Maar toch irriteert mij dat verwijtende vingertje.

Want ook Nederlandse journalisten mogen (of willen) de waarheid over wat zich precies afspeelt in de provincie Uruzgan, waar Nederlandse militairen zijn gelegerd, niet vertellen. Wie verhaalt over onnodige bombardementen op burgerdoelen wordt gecensureerd. Wie zijn rug recht houdt, wordt verder werken door intimidatie onmogelijk gemaakt. Of die journalist wordt het slachtoffer van een misselijkmakende lastercampagne. Precies zoals in Turkije, China, Rusland en noem maar op. Alleen wordt de Nederlandse situatie niet aan de kaak gesteld.
Misschien moet ‘Nieuwsllink’, als aanvulling, de vinger eens wijzen op de vaderlandse journalistiek. Anders moet een dictatoriaal land maar eens een kritische journalist naar een Nederlandse redactie sturen. Om flink terug te schoppen. Kunnen we eens echt lachen.

Geen foto want ik ben onderweg.
 

Dag Stan


De dood van RTL-cameraman Stan Storimans (39) was een harde klap vandaag. Onvrijwillig werd ik weer eens met de neus op de dodelijke feiten gedrukt. Moedige kerel en dan zo’n einde. Stan is de zevende in de recente Nederlandse oorlogsverslaggeving. Zonder iemand de les te lezen wil ik graag de drie factoren vertellen die bepalen of je een oorlog als journalist overleeft.
A) Een goede voorbereiding. Zo moet je de geschiedenis van het conflict kennen. Waarom wordt er gevochten en wie tegen wie? Je draagt geen legergroen en legerschoenen. Maar ook geen fluoriderende jacks als je stiekem door de jungle moet lopen.
B) Goede contacten. Een goede gids door het mijnenveld is een uiteraard echte live-saver. Maar volg ook de bevolking. Bij conflicten weten lokalen waar de veilige routes zijn bij beschietingen. De smalle achterafstraatjes van Sarajevo tijdens het beleg tussen 1992 en 1995 boden de beste bescherming. Je liep uit het zicht en de kogels vlogen over je heen.
C) Geluk is de meest onzekere factor voor de war correspondent. Waar een bom valt weet je nooit van te voren. Ook niet waar de anti-personeelsmijn ligt begraven. Wel kun je mazzel afdwingen. Blijf weg van strategische doelen als vliegvelden, kazernes, stations en zendapparatuur.
En toch ging het al eerder zesmaal fout. Overmoed, pure pech en slechte kennis van het terrein waren aanwijsbare factoren. In 1982 kwam in het Midden-Amerikaanse El Salvador de verslaggevers Koos Koster en Jan Kuiper, cameraman Joop Willemsen en geluidsman Hans ter Laag om het leven. Op weg naar de guerrilla liepen ze in een hinderlaag van het Salvadoriaanse leger. Geweervuur dat volgens de enige overlevende van voor en opzij kwam, maaide binnen enkele minuten de groep neer. Hoe het leger op de hoogte was van de komst van het camerateam is ruim 25 jaar later nog altijd een raadsel. Was er verraad binnen de guerrilla? Werden hun telefoons of hun hotelkamers afgeluisterd? Werden ze gevolgd? Zes dagen voor hun dood werd het viertal meegenomen door verhoor bij de veiligheidsdienst Policía de Hacienda. Op het lichaam van een dode guerrillastrijder was de naam gevonden van Koster en het nummer van zijn hotelkamer. Eenmaal vrij sloegen ze adviezen in de lucht om het land zo snel mogelijk te verlaten. Een extreem rechtse groepering Maximiliano Hernández Martínez eiste de moordaanslag op. ‘Dit is de eerste groep van pseudo-journalisten in dienst van het internationaal subversisme die ter dood zijn veroordeeld door patriotten van onze organisatie.’ De moord op de vier journalisten is de grootste tragedie in de ruim vier eeuwen Nederlandse oorlogsverslaggeving.
In 1989 kwam cameraman Cornel Lagrouw om in het leven. Opnieuw is het kleine El Salvador de plek des onheils. In het zuidelijke dorp San Francisco Javier raakte de dertigjarige Lagrouw geboren in Arkel, Zuid-Holland verzeild in confrontatie tussen guerrillastrijders en militairen. Professional pur sang richt hij zich op om de clash vast te leggen. Dan valt hij achterover. Een kogel doorboorde zijn long. Het kan een verdwaalde kogel zijn geweest, maar volgens zijn collega Cees Elenbaas met wie hij die dag aan het werk was, zagen de militairen dat hij cameraman was: “Ik weet zeker dat het een gericht schot was. Daar bestaat geen twijfel over.”
Tien jaar later in september 1999 sprong Sander Thoenes in Oost-Timor achterop een brommertaxi. Enkele uren eerder arriveerde de correspondent voor de Britse Financial Times op de van Indonesië afgescheiden minirepubliek. De geboren Enschedeënaar wilde nog snel wat citaten van de bevolking vergaren over hun nieuw verkregen vrijheid. Zonder informatie in te winnen over de frontlinies gaf hij opdracht een risicovolle wijk in te rijden. Daar rijdt hij recht in de armen van dronken Indonesische soldaten. Ze snijden hem de pas af, doden hem en verminken zijn lichaam door zijn lippen en oren af te snijden.
En nu dus Stan Storimans, stoere man, grote mond, gouden hart. Samen met collega Jeroen Akkermans die gewond raakte, was hij aan het werk op een plein in de stad Gori toen een granaat insloeg. Een scherf raakte zijn dodelijk zijn achterhoofd. Het was pure pech. De verkeerde plek op het verkeerde moment.
Risicoloze oorlogen bestaan niet. Georgië is niet de Efteling. Maar toch rijden morgen weer verslaggevers overtuigd van hun plicht om als ooggetuige de wereld te informeren de poort uit. Soms al twintig jaar lang, zoals RTL-cameraman Stan Storimans. En zo hoort het ook.
 

Kamervragen kosten Uruzgan-missie


De Tweedekamerfractie van de PvdA wil inzicht over de totale kosten van de Nederlandse bijdrage aan de ISAF-missie in Uruzgan. Volgens de berekening in De Pers (zie vrijdag 1 augustus) valt de rekening viermaal zo hoog uit als geraamd, namelijk twee miljoen euro per dag. Kamerlid Angelien Eijsink boos dat de post ‘veteranen’ als enige op de hele begroting niet is ingevuld, vraagt aan Minister van Defensie Eimert Van Middelkoop uit welke middelen de overschrijding moet worden gefinancierd.
De Tweede Kamerfractie van de SP op haar beurt wil dat de Algemene Rekenkamer de kosten onderzoekt van de militaire missie in Uruzgan. Tweede Kamerlid Harry van Bommel wijst naar een “een vernietigend rapport” uit 1997 over de kosten van vredesoperaties. “De conclusie luidde toen dat Defensie ‘onvoldoende inzicht' had in de totale werkelijke uitgaven voor het uitvoeren van vredesoperaties.’ Volgens Van Bommel plant Defensie plant te optimistisch. “Ze gaan uit van te lichte inzet van mensen en materieel. Daardoor overschrijden ze het budget.”
Defensie-minister Van Middelkoop bevestigde overigens in het radio-uitzending van Tros Kamerbreed afgelopen zaterdag de uitgave van twee miljoen per dag. Hij noemde de rekening: ‘in die orde van grote’.
Voor mij is het duidelijk: Geen zicht op de middelen = Geen strategie! De Tweede Kamer schreeuw ik in de oren: ‘Word Wakker’!’
 

Sardinië Vrij


Terwijl u lag te bakken op het strand, bezocht ik tijdens een werkvakantie het Italiaanse eiland Sardinië. Daar woedt, hoe kan het ook anders als ik op bezoek kom, een heuse strijd om onafhankelijkheid. Nou ja, vooral met woorden. Hoe de machtsverhoudingen liggen op Sardinië daar ben ik bij mijn gesprekken aan de espressobar niet achter kunnen komen. Het eiland kent al een regionale autonomie maar dat is niet voor iedereen voldoende. De radicalen bestaan uit een geïsoleerde groep van linkse intellectuelen aangevuld met vrijgevochten eilandbewoners die sowieso een hekel hebben aan autoriteit. Ze zien Rome als een belemmering in het vrije ondernemersschap zien. De vlag van Sardinië bestaat niet-voor-niks uit vier roverskoppen. Het eiland is sinds mensenheugenis een piratennest. Tegenstanders zijn te vinden in de rechtse hoek. De tweestrijd laat zich makkelijk lezen op de foto (genomen door mijn zoon Thomas) waarin een leuze om het vrije linkse Sardinië is overgespoten met een hakenkruis.
Twee jaar geleden was ik op het noordelijker gelegen eiland Corsica waar ook een miniem deel van de bevolking zich wil vrijvechten van moederland Frankrijk. Van mij mag elk eiland of regio zich afscheiden. Zo ben ik ook geen tegenstander van een Vrij Wallonië of een Vrij Vlaanderen, mits de meerderheid van de bevolking dat wenst. Gewapenderhand je zin doordrijven is dom.
 

De Oorlog van Drie Miljard


Dat de oorlog in Uruzgan niet lekker loopt, dat weet u als trouwe lezer. Dat de strijd in die Afghaanse provincie zevenmaal meer kost dan begroot, is voor u misschien nieuws. Vandaag becijfer ik in De Pers dat Nederland twee miljoen euro per dag betaalt voor Task Force Uruzgan. Materieel- en personeelskosten vormen slechts een deel van de prijs. Vooral de langlopende medische verzorging en uitkeringen aan militairen verhogen de eindrekening met honderden miljoenen euro’s.
Een voorbeeldje: Zo’n 20.000 Nederlandse militairen dienen tot 2010 in Uruzgan. Bij een gunstig scenario houden 1.000 militairen Post Traumatische Stress Stoornis PTSS over aan hun uitzending. Advocaat Henk van der Meijden, gespecialiseerd in militaire zaken, zegt dat uit zijn praktijk blijkt dat ruim de helft voor het leven werkloos en arbeidsongeschikt blijft. “De daaraan gerelateerde uitkeringen dienen veelal door defensie te worden gedragen. Dan praat je over bedragen van 0,5 tot 1,5 miljoen euro per persoon.”

Een rekensom leert het volgende:. De initiële kosten van de Uruzgan-missie becijferde het kabinet bij het begin van de missie op 1 augustus 2006 op 380 miljoen euro.
Dat komt neer op 520.000 euro per dag.
Inmiddels is dat bedrag voor de eerste twee jaar verhoogd tot 580 miljoen euro. Voor de verlening tot eind 2010 is een bedrag vrijgemaakt van 540 miljoen euro. Voor het afbreken van de basis en het repatriëren van de wapens en manschapen uit de Zuid-Afghaanse provincie naar de Nederlandse kazernes is nog eens 115 miljoen euro uitgetrokken. Totaal dus 1.235 miljoen euro voor vier jaar Uruzgan-missie.
Dat is ruim 845.000 euro per dag.

Daarbij komen dus de kosten voor de nazorg en pensioenen. Omdat die zelfs voor het Nederlandse parlement onbekend zijn, biedt het recente boek ‘De oorlog van 3 biljoen’ van de Amerikaanse economen Jospeh Stiglitz en Linda Bilmes een richtlijn. Zij rekenden uit dat Afghanistan-invasie in 2001 en de Irak-oorlog van 2003 de Verenigde Staten tot nu toe 845 miljard dollar kost. In een ‘realistisch–gematigde scenario’ schatten de economen dat de lange-termijnkosten voor de invaliditeitsvergoedingen en gezondheidsuitkeringen op 683 miljard dollar. Bijna net zoveel als de kosten voor de oorlog tot nu toe.
Wanneer we de behandeling, nazorg en uitkeringen van veteranen even hoog schatten als de oorlogsvoering in Uruzgan komen we op een bedrag van ongeveer anderhalf miljoen euro per dag.

Maar dan zijn we er nog niet. Daarbovenop komen schadeposten als een neergestorte F-16 (40 miljoen euro) , twee Chinooks (100 miljoen) en een verwoeste Apachegevechtshelikopter (40 miljoen euro). Verschillende gepantserde viertuigen zijn inmiddels vernield. De kosten voor vervanging en extra bestellingen bedragen nu 200 miljoen voor de eerste twee jaar. Veel van de Apache-gevechtshelikopters, Chinooks-helikopters en veel van het rijdend materieel voor de waarde van miljarden euro’s zijn op het einde van de missie zo goed als afgeschreven en moeten worden vervangen. Door de sterk gestegen olieprijs hakken de transportkosten de komende twee jaar steviger in het budget. Tel daarbij op de prijs van de ontwikkelingshulp aan Uruzgan die in vier jaar naar schatting zo’n 140 miljoen euro zal bedragen. Veel geld van het Uruzgan-geld zal het kabinet tegen een stijgende rente moeten lenen.
Dan komen we voorzichtig geschat op twee miljoen euro per dag. Totaal is het dus 2 miljoen euro maal 1461 dagen= 2.922 miljoen, afgerond drie miljard euro voor vier jaar knokken.

Utruzgan komt daardoor ruim zevenmaal duurder uit dan het oorspronkelijke budget voor de Uruzgan-missie waarmee de Tweede Kamer in januari 2006 akkoord is gegaan.

Bij het schrijven vond ik de opmerking van PvdA-Tweedekamerlid Angelien Eijsink bijzonder. Ze vraagt al jaren aan de regering om gegevens over de veteranenkosten. Tevergeefs. “Wij, als parlement, krijgen er geen zicht op. Het kabinet geeft over de missie in Uruzgan keurige staatjes over de kosten van het eten en de aanschaf van het materiaal. Maar bij de post ‘Veteraan’ staat dat het later wordt ingevuld. Ik wil een bedrag maar de regering zegt; als er geld nodig is, komt het wel. Een duidelijke veteranenzorg was zelfs een voorwaarde bij de PvdA voor de uitzending naar Uruzgan. Het is nooit gebeurd.”

Ik vind dat het kabinet bij terugkeer van reces direct duidelijk moet bieden. Zeker nu Nederland misschien ook na 2010 in Uruzgan blijft, zoals deze week is geopperd door oud-NAVO-ambassadeur in Afghanistan Maurits Jochems.
 

De kromme tenen van Minka



Toen ik haar commentaar las op de website van De Journalist, dacht ik ‘ach laat maar’. Per slot van rekening kan ik niet bij iedere oprisping naar mijn laptop grijpen. Maar het is eind juli, komkommertijd. En de lezer van de blog wil na de plensbuien ook iets leuks lezen op mijn blog.
Dus vooruit. Hier komt het:
De meeste van u zullen haar niet kennen maar de schrijfster heet Minka Nijhuis. Ze is een vrouw van middelbare leeftijd die haar vaste werk als KLM-stewardess verruilde voor het onzekere freelance bestaan. Ze reist naar landen in het Midden-Oosten en het Verre Oosten. Lof daarvoor. Een roeping komt nooit te laat. En voordat u verder leest, Wij –Minka en ik- kennen elkaar van enkele jaren geleden. Ik mag haar wel en u moet mijn opmerkingen niet zien als de zoveelste mep naar een collega. Eerder als iets opbouwend.
Welnu. Minka is wars van persoonsverheerlijking. Zo begint ze haar stuk met de waarneming dat ze ‘kromme tenen’ krijgt van haar mediaoptreden. ‘Voor je het weet, wordt er in de studio beweerd dat je ontvoerd was in Irak, terwijl je slechts een paar uur door milities was vastgehouden.’ Het valt in de categorie: ‘Ik heb het meegemaakt maar u hoeft het echt niet te weten hoor. Is helemáál niet belangrijk.’ Als je dat vindt Minka, moet je die ervaring niet opschrijven. Ze vermelden, en wel in de eerste alinea, suggereert namelijk het tegenovergestelde.

De kern van het commentaarstuk is dat Minka ‘ons journalisten’ oproept terug te gaan naar de oude stiel. Wat die precies inhoudt weet ik niet maar in ieder geval vond ze de aansporing in De Pers om de lezer te laten bepalen waar ik als verslaggever naar toe moet maar niks. Borstklopperij. Niks voor haar. Ik ben het er niet mee eens. Minka refereert namelijk naar een oproep, niet naar de inhoud van mijn artikelen. Zo verzwijgt ze mijn talloze verhalen over schietincidenten in Irak en bombardementen in Afghanistan waar Nederlandse militairen bij betrokken zijn. Ook ‘Heldenverhalen’ zeker? Of speelt iets anders? Volgens mij wel. Let op want nu komt het venijn.

Natuurlijk is er van alles mis met de Nederlandse journalistiek. Daarin kunnen Minka en ik het best vinden. Alleen, beste Minka, waarom begin je de verandering niet bij jezelf? Waarom neem je niet publiekelijk afstand van het door NCDO gesubsidieerde katern over Afghanistan van Vrij Nederland waar je voor schreef? Het was geld rechtstreeks van het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking. (zie ook blog 19 mei 2007) Vind je dat geen schande? De Onafhankelijke Journaliste uithangen in een Onafhankelijk Weekblad dat een Bijlage publiceert betaald door een Overheid die daarmee haar Politiek verkoopt? Welke Nederlandse politiek in Afghanistan wordt bedreven, weten we inmiddels. Nou zul je zeggen: ‘ik werd niet gecensureerd’. Zal best. Maar je bijdrage was uiteraard niet in strijd met het regeringbeleid. Formuleer ik zo precies genoeg?
Het begint pas echt te ruiken als je pluimen uitdeelt. Want wat doet het in jouw ogen goed? Een reportage uit Afrika. Dat een van de makers een vriend van je is, maakt de keuze wat minder objectief. Aardige jongen-prima fotograaf-geen kwaad woord, maar wel vreemd dat je juist deze reportage als voorbeeld noemt. Want de fotograaf kreeg namelijk óók geld van die NCDO. (*) Minka toch! Wat heb je met die overheidsclub? Solliciteer je naar een positie bij de NCDO? Wat heb je met subsidiejournalistiek? Dat is toch niet wat je bedoelt met ‘terug naar ons oude vak’?
Zoals ik al schreef, Minka ken ik al langer. Dus ik weet: Zo’n commentaarstuk vloeit voort uit frustratie. Ze rent zich het laplazarus en niemand valt het op. Mokkend zit ze in een hoekje. Glaasje wijn erbij. Daar gaat ze met haar goedbedoelde ingetogenheid. Mijn advies: Stop daarmee Minka. Wees jezelf. Je wilt een heldin zijn, noem jezelf dan ook zo. Schreeuw het van de daken: IK, MINKA NIJHUIS, DOE OOK GOEIE DINGEN! IK WIL OOK OP DE VOORPAGINA VAN DE PERS!!!
Valse bescheidenheid is dubbele hoogmoed. En misschien heb je daar wel last van als je in een Hilversumse studio weer eens –ongewenst, maar toch ook weer niet- herinnerd wordt aan je heldendaden.
Echt Minka, een journalist is een ijdeltuit. Degene die ontkent al helemaal.

De foto is gemaakt in Tsjaad, zonder één cent subsidie, én geplaatst in De Pers. Minka, je doet me pijn als je daar laagdunkend over doet. Want dit noem ik dus de échte journalistiek!

(*) Jan Banning mailt me dat de hij wel subsidie kreeg maar pas na publicatie in de bijlage van NRC. Het geld was voor een expositie.
 

Strafsache 52 KS 9/08

e datum staat nog niet exact vast, maar oud-SSer Heinrich Boere staat dit najaar terecht in Duitsland. Aanklacht: drievoudige moord in 1944. Gisteren verscheen er een groot stuk over hem in De Pers. Ik had geen internetverbinding –want onderweg- dus gisteren kon ik niet posten. Maar als u niet dagelijks De Pers leest kunt u het napluizen op www.depers.nl van afgelopen vrijdag.
Heinrich Boere (1921) groeide op in Maastricht als zoon van een Nederlandse moeder en Duitse vader. Vrijwel direct na de capitulatie op 15 mei 1940 meldde hij zich als achttienjarige aan bij het keurkorps de ´Germaanse SS´. Twee jaar vocht hij aan het Duitse Oostfront in de Sovjet-Unie. Gehard en gewetenloos kwam hij terug naar Nederland waar hij deel uitmaakte van het ‘Sonderkommando Feldmeijer’. Dit doodseskader nam onder de codenaam ‘Silbertanne’ wraak op vooraanstaande tegenstanders van de Duitse bezetting. Ruim 50 moorden, zonder enig gerechtelijk bevel, pleegde de groep. Heinrich Boere was 22 jaar toen hij werd ingezet. Op 3 september 1944 belde hij aan bij Teun de Groot, fietsenmaker in Voorschoten. Koelbloedig vroeg hij om de identiteitspapieren, trok zijn revolver en schoot hem pardoes dood. Verder vermoordde Boere de apotheker Fritz Bicknesse op 14 juli 1944 en Frans Willem Kusters op 14 juli 1944

Na de Tweede Wereldoorlog werd Boere gearresteerd maar ontsnapte naar Duitsland en dook onder. Bij verstek werd hij ter dood veroordeeld, wat later is omgezet in onherroepelijk levenslang. Inmiddels hoog bejaard woont Boere in een modern bejaardencentrum ‘Pro Seniore Residenz’ in Eschweiler, net over de grens in de buurt van Aken. De oud SS-er wordt beschermd door de enige Nazi-wet die nog van kracht is bij onze oosterburen, de ‘Erlass des Führers’ van 19 mei 1943, die alle ‘Deutschstämmige’ buitenlanders die hebben gediend in Duitse strijdkrachten op de dag van hun aanstelling de Duitse nationaliteit verleent. Uitvoering van zijn Nederlandse levenslange gevangenisstraf in Duitsland blijkt niet mogelijk Vorige jaar werd een verzoek in Hoger Beroep verworpen. Boere -hoewel voortvluchtig- zou tijdens zijn veroordeling in 1949 niet vertegenwoordigd zijn door een advocaat.
Vorig jaar sprak ik Boere. Hij liep met een rollator en noemde zijn gezondheid “niet goed en niet slecht”. Hij zei spijt te hebben van zijn daden en iedere avond voor zijn slachtoffers te bidden. Hij erkende het plegen van twee moorden, niet drie waarvoor hij terecht zal staan. “Als je tegen ons was, ging je eraan. Zo gek waren we in die tijd. We hebben alles geloofd.” Maar om nu nog eens zijn straf uit te zitten, nee, daar voelde hij zich “te oud voor. ”

In Nederlandse justitiële kringen zijn de laatste jaren nauwelijks stappen ondernomen tegen Boere. Daar gaat de hoofdmoot van het artikel over waarvoor ik ook twee nabestaanden heb gesproken. De officier van Justitie inzake vervolging oorlogsmisdadigers uit de Tweede Wereldoorlog M.H.L. de Roos-Schoenmakers heeft haar dossier naar het Nationaal Archief gestuurd. Minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin antwoordde op Kamervragen van VVD, PvdA, SP en Groen Links dat hij het belang van het opsporen en vervolgen en berechten van oorlogsmisdadigers ‘ten volle onderkent’ maar ziet voor zichzelf daarvoor ‘geen rol weggelegd’.
Fijne regering hebben we.
Duitsland herbergt al meer dan een halve eeuw vier Nederlandse terdoodveroordeelde gevluchte oorlogsmisdadigers uit de Tweede Wereldoorlog. Naast Heinrich Boere(1921) in Eschweiler zijn dat Herbertus Bikker(1915) in Hagen-Haspe, Siert Bruins(1921) in Altenbreckerfeld en Klaas-Carel Faber(1922) in Ingolstadt.
Fijn Europa leven we in.
 

'Het is hier fantastisch'


De Wet Internationale Misdrijven die oorlogsmisdadigers vervolgt, is ‘failliet’, schrijf ik vandaag in De Pers. Ik heb hoge medewerkers van het Ministerie van Justitie gesproken en die waren boos omdat er geen zaken worden aangepakt. Een topambtenaar zei: “Als rechtstaat zitten we in zwaar weer. De geloofwaardigheid zowel nationaal als internationaal staat op het spel als er niks verandert.” De kritiek komt een maand nadat CDA-Justitieminister Ernst Hirsch Ballin verklaarde dat Nederland nooit een schuilplaats mag worden voor massaslachters, verkrachters, folteraars en wapenhandelaren. U en ik weten –gezien zijn slappe houding jegens gevluchte SS-ers als Boere en Faber in Duitsland- dat de vervolging van de grootste boeven helemaal zijn interesse niet heeft. 'Het is hier fantastisch', zie ik die gasten elkaar al mailen.
Hieronder een groot deel van het artikel. U kunt het ook nalezen in de krant zelf.

Dit najaar staat er welgeteld één zaak tegen de Rwandees Joseph Mpambara op de rol. Hij wordt verdacht van moordpartijen tegen de Tutsi-bevolking in 1994. Voor volgend jaar staat eveneens één zaak gepland, hoger beroep tegen Afghaan Abdullah Faqirzada, plaatsvervangend hoofd van de militaire inlichtingendienst KhAD tussen 1985 en 1986. In eerste aanleg was hij in 2007 vrijgesproken hoewel het Openbaar Ministerie tien jaar cel had geëist wegens zijn aandeel in het martelen en doden van gevangenen.
Het crime squad dat oorlogsmisdadigers moet vervolgen is veroordeeld tot duimendraaien terwijl er volop werk is. Volgens de Immigratie- en NaturalisatieDienst IND zijn de laatste tien jaar zeker 700 zogenaamde 1F-gevallen, asielzoekers die verdacht worden van oorlogsmisdaden, Nederland binnengedruppeld. Daarvan zouden er nu nog 350 traceerbaar zijn, meldde Hirsch Ballin 13 juni jongsleden bij de presentatie van de notitie ‘betreffende de toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag. De helft is inmiddels ondergedoken of doorgereisd.
Van die 700 1F –gevallen zijn er sinds 2003 slechts vijf onder handen genomen. Dat heeft geleid tot welgeteld één definitieve veroordeling. In 2004 werd de Congolese kolonel S.N. tot 2,5 jaar cel veroordeeld voor onder andere verkrachting. De vier andere 1F-zaken zijn nog steeds in verschillende fases onder de rechter; eerste aanleg, hoger beroep en cassatie bij de Hoge Raad.
Twee hoge Afghaanse officieren van de veiligheidsdienst KhAD Habibullah Jalalzoh en Hessamudim Hesam zijn in eerste aanleg en hoger beroep veroordeeld tot 9 en 12 jaar. Vandaag volgt de uitspraak in cassatie.
Gifgasgrondstoffenleverancier aan het Iraakse regiem Frans van Anraat werd veroordeeld tot 17 jaar. Ook zijn cassatie bij de Hoge Raad loopt nog. Zakenman Guus Kouwenhoven werd dit jaar in hoger beroep vrijgesproken voor wapensmokkel en medeplegen aan oorlogsmisdaden. Ook hier loopt nog een cassatiezaak aangespannen door het Openbaar Ministerie.
Een zesde zaak tegen de Filippijnse oprichter van de Filippijnse Communistische Partij José Maria Sison verdacht van moordaanslagen in zijn geboorteland is nooit van start gegaan. Sison is in januari 2008 vrijgelaten uit voorarrest bij gebrek aan bewijs. Formeel loopt het onderzoek nog.

De vervolging van de ergste soort misdadigers in Nederland
werd in 2003 gegoten in de Wet Internationale Misdrijven WIM die onderzoek naar internationale misdrijven zoals oorlogsmisdaden, foltering en genocide tot in buitenland mogelijk maakt. Een justitiemedewerker: ’Over de hele linie zijn specialistische mensen aangetrokken. Een team van politieagenten, een rechter-commissaris, een officier van justitie, en toch gebeurt er niks. We staan droog.”
Dat het resultaat zo minimaal is, stuit de gesproken ingewijden tegen de borst. “Sinds augustus 2006 zijn er geen zaken in gang gezet terwijl er honderden dossiers klaarliggen,” meldt een justitiemedewerker. ”Iedereen vraagt: ‘wat is er aan de hand?’” Zo’n driehonderd kinderen van 1F-gevallen kregen vorige maand te horen dat ze makkelijker in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning. De justitiemedewerker: “Wat houdt dat in? Dat zodirect de vaders ook stilletjes mogen blijven? Ze worden in ieder geval tot nu toe niet vervolgd.”


Over wie de zaak traineert verschillen de meningen. Een justitiemedewerker wijst naar “de top” van de Nationale Recherche. “Het is de keuze tussen de Hells Angels en een Rwandees. Internationale oorlogsmisdaden kost meer tijd en geld dan normale strafzaken.”
Ook spelen managementproblemen bij de Nationale Recherche een rol. Je beste man of vrouw op de juiste plaats moeten zetten. En dat minimaal vier jaar lang, dat lukt ze niet. Veel bekwame speurders hebben inmiddels emplooi elders gezocht.
Dezelfde managementproblemen spelen ook parten bij het Openbaar Ministerie. De officier van justitie die het onderzoek tegen zakenman Kouwenhoven in Liberia leidde, werd driemaal vervangen. De gevolgen waren desastreus. In het vonnis werd brandhout gemaakt van het onderzoek. Volgens een justitiemedewerker die De Pers te woord stond, was de zaak Kouwenhoven ‘exemplarisch’ dat het openbaar ministerie niet in staat is de zaak overtuigend te brengen. Daarbij zijn er veel nieuwe rechters aangetrokken die nog nooit van landen als Rwanda hebben gehoord. Laat staan zich verplaatsen in de gruwelen van een oorlog. Als die een getuigenverslag lezen, denken die ‘dit kan niet’. Als de bewijsvoering daarbij een beetje rammelt, worden ze helemaal wantrouwig. Omdat onderzoek in landen als Afghanistan waar verhoudingsgewijs de meeste 1F-gevallen vandaar komen erg moeizaam verloopt, liet Hirsch Ballin afgelopen maand weten dat er nu getuigen worden gezocht onder andere asielzoekers in Europa. Een betrokken medewerker wuift deze mogelijkheid weg: “Het zijn voornamelijk ex-medewerkers van de geheime dienst KhAD, die vormen één blok. Die praten elkaar niet aan de galg.”

Tweede Kamerlid Fred Teeven(VVD), valt de critici bij en noemt de zaak verontrustend. Als officier van justitie was hij verantwoordelijk voor de veroordeling van 15 jaar (in hoger beroep tot 17 jaar) van gifgashandelaar handelaar Frans van Anraat. “De Minister van Justitie zegt in de Kamer dat het vervolgen van oorlogsmisdadigers prioriteit heeft. Maar dat vertaalt zich niet op de werkvloer.” Bij de Nationale Recherche en de KLPD zijn in principe 22 FTO gereserveerd voor de Wet Internationale Misdrijven. Teeven: ”Nu zijn er nog geen 10 werkplekken in steeds wisselende samenstelling wat de effectiviteit niet bepaald vergroot.” Volgens Teeven zou er veel actiever moeten worden gespeurd.

Wim de Bruin, woordvoerder Landelijk Parket sust de kritiek. Er zijn onderzoeken gaande, welke wil hij niet kwijt, en de lopende zaken vragen veel politiewerk. Massaproductie zal het sowieso nooit worden. “We hebben als eis gesteld dat er een pakkans moet zijn. En die is er. Probleem is dat veel 1F-ers door het bestuurecht als mogelijke oorlogsmisdadiger worden bestempeld. Ze hebben de schijn tegen. Bij het strafrecht worden echter wettig en overtuigend bewijs gevraagd. Dat is een wereld van verschil.” Volgens De Bruin is het hele Team Internationale Misdrijven inzetbaar voor de zaak. “Maar ik ken hun dagrooster niet,” erkent hij. Zijn woorden wegend op een goudschaaltje voegt De Bruin toe: “Als de politieke wil er zou zijn, kan er uiteraard meer gedaan worden. Maar daar wordt niet over gesproken.”


De foto nam ik op een knekelveld even buiten Kabul drie jaar geleden. Hier werden tegenstanders van het toenmalig communistische regiem zonder vorm van proces doodgeschoten en in massagraven gedumpt. Het is toch onvoorstelbaar dat de daders zich vrij mogen bewegen in Nederland!
 

Wereldconflictenkaart


Een paar weken geleden vroeg prachtkrant De Pers aan haar lezers om uw gastheer naar een oorlog te sturen. Nou, dat was niet tegen dovemansoren. Honderden lezers stuurden e-mails. Ook ontving ik brieven. Super enthousiastelingen belden. Allemaal met schrandere ideeën voor fijne conflicten en vergeten strijdhaarden.
Een ware eyeopener vond Liesbeth van Boom de actie: ’61 oorlogen en conflicten in de wereld, jemig!! Ongelofelijk dat er dan nog zoveel ‘komkommernieuws is.’
Nico Ronda raakte door de overvloed het Noorden kwijt: ’Ik kan niet aangeven welk conflict je moet verslaan. Naar mijn mening is de hele wereld in oorlog maar niemand heeft het door.’
Echt hartverwarmend! Dank daarvoor, mocht u ook hebben ingezonden.
Een bloemlezing staat in de in de krant van vandaag en uitgebreid op de site www.depers.nl.

Zelf vraag ik uw aandacht voor de inzenders die mij niet naar een oorlogsgebied willen sturen. Dat waren er een paar, niet veel.
J. Stomphorst uit Apeldoorn heeft liever dat ik onderzoek naar de tragische dood door eigen vuur van twee Nederlandse militairen in januari dit jaar in Uruzgan. ‘Zoek dit uit en ga praten met de soldaten van de pelotons die hierbij betrokken waren. Havelte is de plaats waar u kunt beginnen.’
Jeroen de Kreek, trouwe lezer van deze blog, wil ‘het juridisch conflictgebied van de bestrijding van de daders van de oorlogen’ als onderwerp. Hij wil de veroorzakers voor de rechter slepen.
Merijn Rutgers pleit er voor onderzoek te doen naar de rol van Nederland. ‘Hoe steken de relaties met de Nederlandse wapenhandel in elkaar? Wat is het effect van deze brandhaarden op onze economie? En nog veel belangrijker, als er een relatie met Nederland is, kunnen wij dan de regering dwingen om haar beleid te veranderen, om verantwoordelijkheid te nemen?’
Petra Hunsche wil dat ik thuisblijf als de vrede me lief is: ’Conflicten aandacht geven doet ze toenemen, dat is een wet van Meden en Per(s)zen.’
De stembus staat nog open. Tot 1 september. U kunt reageren op Dit e-mailadres is beveiligd tegen spambots, u heeft JavaScript nodig om het te kunnen bekijken .

De foto nam ik afgelopen mei in Tsjaad. Ontheemde, Kaltam Ubrahim (38) al een jaar en vier maanden op de vlucht in de buurt van de stad Goza Beïda wat niet ver ligt van het Soedanese Darfur.
 
JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

Nieuwsbrief







Laatste artikelen