Home Weblog

Weblog

Vechten om een medaille


Deze week wordt bekend welke nieuwe onderscheiding de Nederlandse militair eert voor moed onder vijandelijk vuur. Veteranen, politiek en nabestaanden twisten over twee voorstellen, schreef ik in De Pers

Het krakeel begon met de ouders van korporaal Cor Strik. Zij willen voor hun op 20 september 2007 in Afghanistan gesneuvelde zoon een postume herinnering, zoals gebruikelijk in de Verenigde Staten. Minister van Defensie Eimert van Middelkoop nam de suggestie in overweging en direct ontstond een verhitte discussie binnen de 130.000 grote groep Nederlandse veteranen. Want, wie komt in aanmerking voor het eremetaal en wie niet?

Ik belde secretaris-penningmeester van de Vereniging Dragers Militaire Dapperheidonderscheidingen. Deze Wim Elgers spreekt van ‘een slecht idee van de minister’. Hij vindt een postume herinnering niet nodig want als militair kun je met militaire eer worden begraven op erebegraafplaats Loenen en word je ieder jaar herdacht. ‘Een grotere eer bestaat niet,’ zei-ie.
En passant wijst Elgers op praktische bezwaren. ‘Een nieuwe onderscheiding voor de gesneuvelden betekent ook dat je de 6.200 omgekomen militairen in Indonesië er een moet geven.’ Heeft hij helemaal gelijk in. Daarnaast, zeggen zijn medestanders, moet je ook een militair eren die zich heeft dood gedronken zoals in Cambodja is gebeurd. Of die zelfmoord hebben gepleegd, zoals het eerste dodelijke slachtoffer in Uruzgan? Ook daar zit wat in.

Een tweede voorstel, een insigne voor militairen betrokken bij gevechtshandelingen, geopperd door ex-Commandant der Strijdkrachten Dick Berlijn, wijst drager van de Bronzen Leeuw Wim Elgers ook af. Er bestaan al vier dapperheidonderscheidingen; de Bronzen Leeuw (al 1210 maal uitgereikt) , het Bronzen Kruis (3498 maal), het Kruis van Verdienste (2083 maal) en het Vliegerskruis (735 maal). ‘Genoeg keus, lijkt me. Nog een medaille erbij en je loopt erbij als een kerstboom.‘
Voorstanders van een nieuw gevechtsinsigne wijzen op de groeiende wens onder militairen om onderscheid. ‘Nu krijgt een officier met een kantoorbaan bij het Centraal Commando in Tampa, Florida, dezelfde ‘Herinneringsmedaille Vredesoperaties’ als een onderofficier die in Chora, Uruzgan, die voor zijn leven moest vechten, ’ zei een woordvoerder Defensie die vreemd genoeg niet met naam wilde worden genoemd maar wel de gevoelens vertolkt veel militairen. De hoogste gevechtsonderscheiding de Militaire Willems-Orde (zie illustratie) is sinds 1955 niet meer aan een individuele militair uitgereikt. En een ‘Draaginsigne’ heeft iedereen al.
Jan Schoeman, woordvoerder Veteraneninstituut in Doorn wijst op de praktische problemen van weer een medaille. ‘Het ziet er sympathiek uit maar het is organisatorisch onuitvoerbaar en je gaat mensen ermee kwetsen want je creëert rechtsongelijkheid. Het middel wordt zo erger dan de kwaal.’ Tweede Kamerlid Angelien Eijsink (PvdA) ten slotte, ook wel ‘moeder van de veteranen’ genoemd, durft geen partij te kiezen in deze discussie waar de emoties hoog oplopen. ‘Ik snap dat een medaille erg belangrijk is voor een familie van een omgekomen militair. Aan de andere kant moeten we ook niet over elkaar heen rollen voor een onderscheiding.’
 

Clara's Penning


Opnieuw valt mij een grote eer te beurt. Gisteren bij Pauw & Witteman hoorde ik officieel dat ik de Clara Meijer-Wichmann Penning 2008 krijg. Deze prestigieuze prijs, ingesteld door de Liga voor de Rechten van de Mens en J’accuse, wordt jaarlijks uitgereikt aan ‘een persoon of organisatie in Nederland die zich op onderscheidende wijze heeft ingezet voor de waarborging van mensenrechten,’ aldus het persbericht. Wat het allemaal nog fraaier maakt is dat dit jaar het 60-jarige bestaan van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens wordt gevierd.
Vooral mijn Afghanistan-verslaggeving beviel de jury erg goed. Een citaat: ‘Vanuit de internationaal geaccepteerde mensenrechten en het humanitaire oorlogsrecht zijn aanvallen op burgers in oorlog onaanvaardbaar. De aandacht die Karskens heeft gevraagd en gekregen voor de Afghaanse burgerslachtoffers is essentieel voor de erkenning van hun mensenrechten. Hij heeft een onmisbare bijdrage geleverd aan human rights reporting in Nederland. Hij mag een voorbeeld worden genoemd voor de huidige en toekomstige generatie (oorlogs) journalisten.’
Maar zelf weet ik dat het onderzoek naar de schietincidenten in Irak en mijn werk om via de stichting OnderzoekOorlogsmisdaden lieden als oud SIPO-medewerker Klaas-Carel Faber en gifgassmokkelaar Frans van Anraat achter slot en grendel te krijgen ook indruk heeft gemaakt.
De penning ontvang ik op 10 december. Advocaat en Professor Internationaal Recht Liesbeth Zegveld houdt dan de Clara Meijer-Wichmann lezing. Zij zal ingaan op de positie van burgerslachtoffer in het internationale oorlogsrecht en de verantwoordelijkheid van de Nederlandse staat..


Voor de blog van P&W schreef ik dit stukje:
De uitzending begon voor mij wat rommelig. Voor aanvang hoorde ik van een technicus dat het ‘nog wel een kwartiertje’ zou duren dus begon ik een wandeling door het 19e eeuwse gebouw aan de Plantage Middenlaan. Tot ik verweg in de gang geroep hoorde dat de vooraankondiging was gestart. Blozend van schaamte schoof ik voor een draaiende camera aan tafel; Een journalist kan alles maken maar niet de deadline missen.
Ik was het laatste onderwerp wat je concentratie op de andere gesprekken, de kredietcrisis en China na de Spelen, vermindert. In je achterhoofd beantwoord je namelijk de vragen die je denkt te krijgen.
Voordeel is dat je niet meegaat in de teneur van de tafel. Tafelgasten Tweede Kamerlid voor de SP Ewout Irrgang en presentator Hans Goedkoop spraken somber over de kredietcrisis. Doemdenken, vond ik. Niemand in Nederland heeft er nog geen stuk brood minder om gegeten. Ik lanceerde de complotgedachte dat de crash een opgezet doel is van kapitaalkrachtigen die vorig jaar zomer hun aandelenpakket hebben verkocht, geruchten de wereld in slingerden om binnenkort dezelfde aandelen voor een prikkie terug te kopen.
Ook de kritiek van correspondente en oud-tafeltenniskampioene Betinne Vriesekoop dat er wel erg veel Chinese vrouwen deel uitmaken van het nationaal pingpongteam was niet aan mij besteed. Ik vind hun aanwezigheid namelijk een soort ontwikkelingshulp aan Nederland om het niveau op te krikken.
Vervolgens mocht ik horen dat de Clara Meijer-Wichmann Penning 2008 aan mij is toegekend. ‘Eindelijk dacht ik. En weg waren de snedige opmerkingen die ik dat uur had opgehoopt. Deze bijvoorbeeld: dat de Nederlandse mensenrechtenpolitiek een van ‘licht op straat en donker binnen’ is. Wat ik wel kwijt kon was mijn kritiek op de embedded-journalistiek . Maar ik had me voorgenomen een verwijzing te maken naar de financiële journalistiek. Daar zitten media ook vaak op schoot. Vergeten! Blij was ik met het fragment over de voortvluchtige oorlogsmisdadiger Klaas-Carel Faber. Maar foetsie de opmerking dat welgeteld één parlementslid opheldering vroeg naar aanleiding van een Open Brief van nabestaanden die smeekten om vervolging.
P&W is soms net De Show van de Gemiste Kansen.




Voor het fragment van P&W en de aankondiging in de Pers verwijs ik naar prijs
 

Met Corry op het dak


Zij is mijn favoriet, Corry Hancké van De Standaard. Een fraaier voorbeeld van dienstenjournalistiek bestaat niet. Met haar tocht naar Zuid-Afghanistan (zie blog 27juni) joeg ze me al op de kast. Afgelopen vrijdag zat ik op het dak!
Cory had namelijk een interview met NAVO-secretaris-generaal Jaap de Hoop Scheffer ‘We moeten beter ons best doen in Afghanistan’. Het gesprek versloeg met straatlengtes haar vorige meesterwerken. Haar geheim? Niet moeilijk doen van: zal ik er voor de vorm een kritische vraag tussengooien? Nee, hangend aan de lippen van onze secretaris-generaal fungeerde ze als prima bella van gestuurd nieuws over de oorlog in Afghanistan. (Voor de leek: Gestuurd nieuws is het volgende: Je wil iets gedaan krijgen. Je weet dat een perscommuniqué door niemand serieus wordt genomen dus gebruik je een journalist om je boodschap te verspreiden.)

Een extract:

Corry (kucht. Is wat zenuwachtig. Jaap is ook niet de eerste de beste maar ze voelt haarscherp zijn verlangens aan dus ze vraagt): Moet Isaf meer troepen sturen?
Jaap (knikt, kijkt bijzonder serieus maar denkt intussen: zalig zijn de onnozelen ): Mijn antwoord is ja. Niet alleen de Amerikanen maar ook de Europese bondgenoten moeten dat doen. De Navo heeft nog steeds niet voldaan aan wat onze militaire adviseurs zeggen dat we nodig hebben. Ik doe dus een oproep aan de Europese bondgenoten, niet alleen aan de Amerikanen.

Corry (knikt nu ook. Ze begrijpt de grote-mensenpolitiek, wil ze daar mee zeggen. Daarnaast is ze een goed patriot. Ze gaat die man echt niet tegenspreken. Ze wil hem juist helpen. Daarnaast, die volgende gratis trip naar Uruzgan –sprookje van duizend-en-één mannen- moet ze niet in gevaar brengen. Dus ze vraagt): Verwacht u of hoopt u dat België meer zal bijdragen?
Jaap (pakt een pot stroop en begint naar hartenlust te smeren): België heeft een heel belangrijke, kwalitatieve sprong gemaakt. Minister De Crem heeft een zeer goede beslissing genomen en die door het parlement geloodst. Ik kijk dus niet in eerste instantie naar België voor een extra bijdrage. België heeft zijn F-16's in Kandahar en zijn verantwoordelijkheden in Kabul. Ik doe wel een beroep op alle bondgenoten, inclusief België, om ervoor te zorgen dat we kunnen voldoen aan de vragen die de militaire adviseurs hebben. We zitten nog steeds onder the combined state of requirement.

Corry (begrijpt de laatste woorden niet helemaal maar laat zich niet kennen. Ook al mag ze het niet schrijven, weet ze dat de Navo er beroerd voorstaat. Ze wil helpen. Dus vraagt ze): Hoe groot is het tekort?
Jaap (nu met een zuinige mond): Er is een tekort, maar ik ga daar niet over uitweiden omdat andere mensen meeluisteren. Maar we hebben van alles te weinig, we hebben vooral een chronisch tekort aan helikopters en C-130 transportvliegtuigen.

Corry (krijgt een por van de persvoorlichter en stelt de vraag die ze moest stellen om Jaap überhaupt te mogen spreken en denkt in haar achterhoofd dat eigen transport ook in haar voordeel is): Onze C-130's zouden kunnen worden ingezet?
Jaap (blij want nu mag hij scoren): Er zijn Belgische C-130 in Afghanistan geweest en misschien zijn er nu nog één of twee. Ik doe een beroep op alle bondgenoten om te leveren waar er tekorten zijn. Ik ga nu geen specifieke vragen aan België stellen, maar er is een tekort aan C-130's of C-130 equivalenten.

(Niet hoorbaar voor de krantenlezer maar in de coulissen stijgt een waarderend applaus op. Het was een puike uitvoering door twee topacteurs. Corry wordt naar de uitgang gesneld waar in haar oren wordt gefluisterd dat ze van harte welkom is bij een volgende trip naar Afghanistan. Buiten maakt ze een vreugdesprong. Binnen wrijft Jaap zich verlekkerd in de handen.)

PS Dat de Vlaamse journalistiek ook nog iets inhoudelijks heeft, bewijst mijn bezoek aan Antwerpen. Was het ook daar niet met alle sprekers eens maar er bestond wel de nodige (zelf)kritiek die bij Corry ontbreekt. Lees verder hier
 

KAMERANTWOORDEN


Onze immer enthousiaste minister van Defensie Eimert van Middelkoop heeft de Kamervragen beantwoord, gesteld door Harry van Bommel(SP), over de mishandeling van gevangenen in Uruzgan zoals door mij beschreven in De Pers op 9 september ‘Mishandeld onder Nederlands gezag.’

Harry vraagt:
Is het waar dat door de Onafhankelijke Afghaanse Mensenrechtencommissie AIHRC is gemeld dat mishandeling van gevangenen door buitenlandse troepen veelvuldig voorkomt in Uruzgan? Indien ja, wat gaat u hiertegen ondernemen? Indien neen, bent u bereid dit bericht te laten onderzoeken?

De Minister antwoordt:
‘De Onafhankelijke Afghaanse Mensenrechtencommissie AIHRC heeft te kennen gegeven zich niet te herkennen in de weergave van het gesprek met de twee medewerkers in Tarin Kowt en zal de journalist hierop aanspreken. De beschuldigingen aan het adres van buitenlandse troepen in het desbetreffende artikel zijn niet onderschreven door de twee AIHRC-medewerkers.’

Mijn opmerking:
Vreemd. Want de uitlatingen van de twee medewerkers heb ik op videoband staan. Ze lazen ze voor uit hun eigen verslagen. Een vertelt kijkend in de camera dat alle gevangenen door buitenlandse militairen worden mishandeld. Ik heb de zaak nogmaals laten controleren door het regionale kantoor in Kandahar en die noemen het aantal van zes.
Wie jokt er nu: de minister? Of jokt het hoofdkantoor in Kabul van de AIHRC? De medewerkers wonen en werken in Tarin Kowt en hebben de gevangenen gesproken. Waarom zouden die niet de waarheid spreken?

Harry vraagt ook over een andere mishandeling door mij beschreven:
Klopt de weergave van de behandeling van Din Mohammed door een (Nederlandse) militair? Wat is uw oordeel over die behandeling?

De minister antwoordt:
‘Op 4 april 2008 onderzochten ISAF-militairen een huis, waarbij onder andere munitie, machinegeweren, onderdelen voor improvised explosive devices (IEDs), geld en drugs werden gevonden. Het huis was eigendom van de broer van Din Mohammed. Din Mohammed was tijdens de huiszoeking aanwezig, maar zag kans met een aantal anderen weg te komen. Daarbij bedreigde Din Mohammed de militairen die hem achtervolgden met een handgranaat en een geweer, waarop hij werd overmeesterd. Gelet op de omstandigheden is bij deze aanhouding geen bovenmatig geweld gebruikt. Voor de verwondingen die hij bij zijn aanhouding opliep, is hem direct ter plaatse en later in het role 2 hospitaal op Kamp Holland medische hulp verleend. De weergave van de feiten door Din Mohammed, waaronder de opmerking dat een voet op zijn hoofd zou zijn gezet, wordt niet ondersteund. Bij zijn aankomst in en zijn vertrek uit de tijdelijke detentiefaciliteit van de TFU zijn foto’s gemaakt van Din Mohammed, waarop de in het artikel genoemde verwondingen niet waarneembaar zijn. Ook in de medische rapportages komen dergelijke verwondingen niet voor.’

Mijn opmerking:
Ik heb Din Mohammed gesproken. Hij vertelde niet alleen dat hij op de grond een voet op zijn hoofd was gezet maar toonde ook de wonden aan bovenlijf en been. Hij was namelijk neergeschoten! Wederom heb ik daar videobeelden van. Waarom vermeldt Van Middelkoop dat niet? En spreekt hij van ‘geen bovenmatig geweld’.

Harry doe je werk als volksvertegenwoordiger! Eis dat de onderste steen bovenkomt! Eis dat de banden integraal worden bekeken door een onderzoekscommissie! De zweem dat onze fijne minister Van Middelkoop opnieuw de plank misslaat zou in niemands voordeel zijn.

Nog even dit:
Wist u dat onze minister van Oorlog gesteund wordt door een heuse propagandist. Hij runt de Uruzgan Weblog. Ik weet niets van zijn achtergronden want hij is anoniem. Wel becommentarieert hij mijn artikelen opvallend vaak. Dit keer schrijft hij:
‘De SP lijkt zich bij het stellen van Kamervragen op sleeptouw te hebben laten genomen door journalist Arnold Karskens. Deze heeft twee versies van dit relaas gepubliceerd. In de eerste versie leek hij er geen weet van te hebben dat de Australische Special Forces in Uruzgan niet onder Nederlands bevel vallen. In de tweede versie is dat veranderd. Nu doet zich weer een nieuwe situatie voor: Karskens baseert zijn bewering op uitlatingen van twee lokale medewerkers van de AIHRC; het ministerie zegt dat de AIHRC zich niet herkent in de weergave van dat gesprek met Karskens en hem hierop zal aanspreken. Ook foto's die Arnold Karskens bij zijn artikelen heeft geplaatst zouden niet kloppen.'

Mijn opmerkingen:
*Over de zaak van de hondenbeten heb ik eenmaal gepubliceerd namelijk in De Pers. Dus er is geen sprake van twee versies. Wel van twee verschillende interviews waar maanden tussen zaten. Een artikel ging over een verdachte die was gebeten (De pers: 9 september 2008) en een ander artikel waarin sprake was van de man die was neergeschoten en een voet op zijn hoofd kreeg(De Pers: 21 april 2008).
*De twee lokale medewerkers zijn in dienst van de AIHRC en werden mij zelfs aanbevolen door het regionale hoofdkantoor van AIHRC in Kandahar.
*Een ronduit lafhartige opmerking van deze ‘webmaster’ (of moet ik schrijven ‘webslave’) is dat de foto’s niet deugen. Bewijs dat eens weinig moedige man! En maak je bekend!


De foto is van een junkie in down town Tarin Kowt. (Nee, niet van een vermomde webmaster of minister, dat zijn nette mensen en komen daar niet.)
 

Lessen uit de oorlog


Het is weer hommeles in Uruzgan. Nederlandse verkenners rollen door het zand met hun superieuren en leidinggevenden van de gevechtseenheden klagen over het materieel. Vandaag schrijf ik erover in De Pers.
Ik verwijs naar Sun Tzu, een Chinese militaire strateeg die al 25 eeuwen geleden waarschuwde voor de Nederlandse malaise. In die tijd was bekend dat als vechters een opdracht weigeren zij geen vertrouwen in hun superieuren hebben. Deze oude zienswijze beaamt voorzitter Wim van den Burg van de militaire vakbond AFMP: “De 24 verkenners vonden dat ze te weinig tijd hadden bij de voorbereiding voor een missie buiten de poort. De verkenners hebben meerdere uitzendingen achter de rug en zijn gewend aan hoge spanning. Er is iets fundamenteels mis als wrijving bestaat met het kader.”
Kritiek spuien ook commandanten van de Battlegroup in een brandbrief naar hun vakbond VBM/NOV. Daarin klagen ze over te weinig pantserwagens en wat er rijdt, gebukt gaat onder zo’n grote slijtage dat het ‘Nederlandse levens in gevaar kan brengen’.
De kritieken leggen bloot dat na twee jaar ‘Missie Uruzgan’ de Nederlandse militairen er beroerder voorstaan dan bij het begin van de missie in augustus 2006. Het aantal Talibanstrijders is de laatste twee jaar verdubbeld tot circa 4.000 die tachtig procent van het oppervlakte controleren.
Vrienden, essentieel voor levensbeschermende inlichtingen, zijn de laatste twee jaar nauwelijks gemaakt. Het doodschieten, twee weken geleden, van districtchef Rozi Khan door Australische troepen, waarmee de Nederlanders nauw samenwerken, voedde het wantrouwen bij de bevolking. Als politiechef speelde Rozi Khan in juni vorig jaar een cruciale rol bij de verdediging van het district Chora tegen oprukkende Talibanstrijders. Veel inwoners zien in zijn dood een bevestiging van een geheime deal waarin geld en wapens worden geleverd aan de Taliban met het oogmerk de buitenlandse aanwezigheid in hun land te legitimeren. “De meeste ambtenaren en het publiek zeggen dat de veiligheid door zijn dood zal verslechteren,” meldde een lokale ontwikkelingswerker in Tarin Kowt mij. Het zenuwslopend zoeken naar van het grootste gevaar, de bermbommen, is een taak die de Nederlanders na twee jaar iedere dag met gevaar voor eigen gevaar moeten ondernemen. Lokale hulp is er nauwelijks. Terwijl de vijand meer dan ooit bescherming vindt onder de burgers. Om met de Chinese Sun-Tzu te spreken in ‘De kunst van het oorlogsvoeren’: ‘Hij die noch de vijand noch zichzelf kent zal in ieder gevecht gevaar lopen.’


Op de foto staat Rozi Khan die ik sprak bij mijn laatste bezoek aan Uruzgan. Hij prees toen de buitenlandse troepen uitdrukkelijk.
 

Journalist voor de vrede


Heugelijk nieuws. In Leiden ontving ik de prestigieuze prijs ‘Journalist voor de Vrede 2008’. Wie had dat ooit kunnen denken: Een vredesprijs voor een oorlogsverslaggever! De wonderen zijn de wereld niet uit, moet u maar denken.

De koperen duif met oorkonde werd uitgereikt door collega en winnaar van vorig jaar Koert Lindijer. Hij las een prachtig juryrapport voor waarin mijn ‘onafhankelijke, objectieve en kritische berichtgeving’ werd geprezen wat, aldus de organisatie Humanistisch Vredesberaad, bijdraagt ‘tot een cultuur van vrede en rechtvaardigheid’. Ik glom als een kristallen kroonluchter want wie wil niet dat zoiets over hem of haar wordt gezegd.
Een andere fraaie zin wil ik u ook niet onthouden. ‘Als een van de weinigen herinnert hij ons er consequent aan dat in een oorlogsgebied elke om het leven gebrachte inwoner van dat gebied niet minder tragisch is dan een gesneuvelde Nederlander of Amerikaan.’
Precies uit het hart gegrepen want zo denk ik er echt over.

De vredesprijs ook wel de ‘Han Achttienribbeprijs voor vredesjournalistiek’ genoemd werd eerder gewonnen door Stan van Houcke (2003), Anja Meulenbelt (2004), Mohammed Benzakour (2005) en Ramsey Nasr (2006).

U begrijpt, de prijsuitreiking liep uit op een waar volksfeest. Felicitaties en schouderklopjes waren mijn deel. Namens De Pers was uitgever Ben Rogmans en echtgenote Suzette aanwezig. Mijn dochter Ethel nam de foto. Kortom een geslaagde middag.
 

Frits


In de reeks ‘leuke ontmoetingen’ stel ik u voor aan Frits Wester, parlementair verslaggever bij RTLNieuws. Frits behoort tot de absolute Nederlandse Journalistieke Top met veel scoops en een eigen visie op de Haagse politiek. Gisteren zaten we in het programma ‘De leugen regeert’ als ‘mediaraad’. Dat is een tweekoppig college van bemoeiallen die kritiek spuien op collega’s zonder zelf op de korrel te worden genomen. En ik zal u eerlijk zeggen, dat is ook wel eens leuk op zijn tijd. Frits en ik waren dan ook goed op dreef.

We kwekten over censuur ‘bestaat, bestond en zal altijd bestaan’; Bolivia, waar ze volgens een gast geen indiaan als president hebben,‘Morales ziet eruit als een Indiaan en vindt zich een indiaan’ en over Artsen Zonder Grenzen die weinig directe overheidssteun krijgt en dus een niet-gouvermentele organisatie is, 'check en check’.

U kunt het hier terugzien.

Frits en ik liggen elkaar wel. Zelfs na een verhit debat over wel of geen censuur bij RTLNieuws na de bombardementen op het dorp Qala-e-Ragh juni vorig in Urzugan, kijken wel elkaar weer aardig en respectvol in de ogen. Buiten beeld spraken we over onze kinderen, dat verslaggeving zoals wij dat beoefenen (dus ongebonden aan embargo’s en andere overheidsrestricties) veel leuker is dan een hoofdredacteurschap en genoten van de complimenten van presentator (en gelegenheidsfotograaf) Felix Meurders en de hele redactie die ons dit seizoen weer graag terugzien.
 

You Tuben


Vandaag geen inspiratie dus wijs ik u gemakshalve door naar wat leuke filmpjes van mij uit Uruzgan:
Twee van de site van het praatprogramma Pauw & Witteman over een
opiumjunk
en
psychiatrische patiënten
Plus de uitzending van 9 september met drie ‘instarts’ van mij van P&W
En de fraaie column uit "De Leugen Regeert van Francisco van Jole over
de schone oorlog in Uruzgan

Foto van opiumjunk in Tarin Kowt. Lopen er honderden van rond.
 

Heimwee Naar de Talib


Vandaag, zeven jaar na 9/11 schrijf ik in De Pers over de heimwee naar de talibantijd tussen 1996 en 2001. De Amerikaanse invasie ‘Enduring Freedom’ verdreef de gastheren van Osama Bin Laden uit de steden. Bij mijn bezoek constateerde ik dat toenemende onveiligheid, corruptie, een tandloze regering en wild militair optreden van buitenlandse troepen veel Afghanen weer doen verlangen naar die Goede Oude Tijd. Zo ook bij een jonge chirurg uit Kandahar. “Mijn vier kinderen gaan al twee jaar niet meer naar school. Mijn vrouw en ik geven ze thuis les. We zijn bang dat ze op straat worden ontvoerd.” Volgens de dokter werkzaam bij het lokale ziekenhuis stuurt de helft van de beter gesitueerden, zoals artsen, ingenieurs, zakenmensen en hogere ambtenaren in het zuiden, hun kroost niet naar een onderwijsinstelling uit vrees voor kidnapping door criminelen. “De regering van Hamid Karzai kan ons niet beschermen. Als ik de bus neem naar Kabul en we worden aangehouden en ze horen dat ik arts ben schieten ze me meteen dood. De daders? Ze zeggen dat het Talibs zijn maar niemand weet het zeker. Het zijn tegenstanders van de regering, tegenstanders van de mensheid of gewone boeven. Mijn student-collega reisde twee dagen geleden van Kabul naar Kandahar. Hij telde tien doden langs de weg.”
Bij vlagen verlangt de arts terug naar de talibanregering.“Je had geen televisie en geen muziek, Maar je dacht niet aan ontvoering. Dieven werd de rechterhand en linkervoet afgehakt, moordenaars hier op het plein opgehangen. Alleen die aanpak werkt in Afghanistan.” Voordat de rust terugkeert in Afghanistan wachten vijf tot tien jaren van anarchie. Tegen die tijd zijn z’n kinderen volwassen zonder schoolopleiding,“ voorspelt de arts.
Veel inwoners van Kandahar, de tweede stad van Afghanistan en ooit de religieuze hoofdstad van de taliban, kennen inmiddels de twee zijdes van de medaille. Na de Amerikaanse aanval galmt er weer muziek in de bazar. De minder prettige keerzijde is de toegenomen criminaliteit en de oorlogsellende. Een constructiewerkgever die zich uit angst uitsluitend per auto verplaatst, legt de schuld bij de buitenlandse militairen, waarvan er inmiddels bijna 70.000 in het land zijn gelegerd. “Ze brengen geen veiligheid of opbouw.” Ook de regering in Kabul doet niks: “Na zeven jaar hebben we nog steeds alleen enkele uren per dag elektriciteit. Wat is gebeurd met al die miljarden dollars hulp?” Door de werkloosheid en de gestegen voedselprijzen kiezen veel armen voor de Taliban want die betalen geld als je voor ze vecht. Zelf zou hij nooit een talib willen zijn, maar het begrip groeit. “Een vriend van mij in een dorp kreeg bezoek van de taliban. Hij vroeg waarom ze vochten. Een talib antwoordde: ‘Als een bewoner van een ander dorp bij jou de deur intrapt, dan verzet je je toch ook? “
Kandahar is anno 2008 een belegerde burcht. De uitvalswegen zijn in handen van de Talibs en door de bevrijding van duizend gevangenen medio juni uit de lokale bajes tonen de jihadstrijders met de zwarte tulband ook binnen de muren hun macht. Lang niet iedereen treurt daarom. In de talibantijd kostte een bruid 500 dollar, zo’n 350 euro. Als een vader meer vroeg voor zijn dochter, kreeg ie straf. In de huidige vrije economie is de prijs tot 55.000 euro. Weinig jongens kunnen zich dat veroorloven en blijven ongewenst ongetrouwd. Veel jonge vrijgezellen zien de terugkomst van de taliban alleen al daarom wel zitten.

PS Als foto nu maar een eens lekkere boy: Sylvester Stallone bezoekt Afghanistan in de film Rambo 3.( Krijg ik geen verder gezeur over seksistische voorkeur.)
 

Politica Embedica


Dit woord kent u niet. Klopt! Het is brandnieuw. Wat ‘Politica Embedica’ betekent, valt te raden. Ditmaal geen ingesnoerde journalist maar een vastgelijnde vrouwelijke politicus op bezoek bij ‘onze’ mannen en vrouwen in het woeste zuiden van Afghanistan. Ik bedacht het woord toen ik de website van Groen Links Tweede Kamerlid Femke Halsema las. Vorige week was ze op bezoek in Uruzgan en pende haar ervaringen op. Die speelden zich vooral af binnen de dikke muren van bastion Kamp Holland en achter duimdik plaatijzer van een Bushmaster. Je ziet dan geen flikker maar toch schrijft ze: ‘Onmiskenbaar is de situatie in Uruzgan zelf iets beter geworden.’ Vreemd want ik was er in dezelfde periode en sprak met veel plaatselijke bewoners. Die zeiden juist dat het veel onveiliger was geworden.
Terug naar de website van Femke. Daarin schrijft ze verder: ‘Na twee bezoeken ben ik ervan overtuigd dat de Nederlandse militairen trouw, zorgvuldig en met zo min mogelijk geweld uitvoering geven aan hun opdracht.’ Nou Femke, had dat nou eens gezegd in het gezicht van de inwoners van het dorp Khala-e-Ragh dat juni vorig jaar werd bestookt vanaf datzelfde Kamp Holland met een pantserhouwitser. Ruim 70 doden volgens een parlementslid uit dat zelfde dorp. Of had wat navraag gedaan bij de nabestaanden van de honderd slachtoffers of zo in het district Deh Rawod die in september vorig jaar vielen. Weet uit gesprekken dat die mensen anders tegen de formulering ‘zorgvuldig’ aankijken.

Ik noem die bombardementen omdat de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch eergisteren een rapport publiceerde waarin wordt gesteld dat het aantal burgerdoden in Afghanistan als gevolg van luchtaanvallen van zowel de VS als de Navo in 2007 bijna is verdriedubbeld tot 321. Zelf twijfel ik of het aantal klopt. Uit cijfers die lokale artsen mij hebben bezorgd, zijn er vorig jaar in Uruzgan alleen al zo’n 200 burgerdoden gevallen bij bombardementen door vliegtuigen en artillerie.
Boos ben ik op Femke als ik hoor hoe koel ze reageert over de mishandeling van een arrestant door een hond waarvan de overtuigende bewijzen in De Pers en gisteren ook bij de uitzending van Pauw & Witteman werden getoond. Over deze zaak noch over de bestaande waslijst van mishandeling van arrestanten in Uruzgan wil Femke een Kamervraag stellen. Ze gelooft de minister op zijn blauwe ogen dat het allemaal ‘eigen schuld-dikke bult’ is van die weerbarstige Afghanen als ze zich bezeren bij arrestatie.
Gemiste kans voor Femke, moeten we maar denken.

Nog dit. Ik word wild gebeld door allemaal mensen die willen weten wat ik van de twee uitzendingen vond van P&W uit Uruzgan. Wel nu. De eerste uitzending vond ik te eenzijdig. Als generaal Peter van Uhm over zijn gesneuvelde zoon mag praten dan had daar ook best een Afghaanse vader bij gemogen die vertelt wat er door hem heen ging toen zijn kind door Nederlands vuur werd omgebracht. De tweede uitzending vond ik goed. Maar vooral dankzij de twee interviewers. Het was helemaal uitmuntend geweest als ik ook aan tafel had gezeten. Had ik wat uitspraken van onze Minister en onze Femke kunnen rechtzetten.
Gemiste kans voor mij, moeten we maar denken.

De foto heb ik gepikt van haar website. In eerste instantie had ik een poster geplaatst van haar die hing ergens op Kamp Holland. Maar deze dekt beter het verhaal: Wel kritiek op het Amerikaanse optreden in Afghanistan en de behandeling van gevangenen in Guantanamo bay (geheel terecht), maar stil over Nederlandse excessen (geheel ten onrechte). Met dank aan Dutchmarbel.
 

Happen naar de baas!


De foto toont de littekens van hondenbeten die Abdul Nabi (30) in Uruzgan opliep bij zijn arrestatie op 7 augustus. Volgens Defensievoorlichting zou deze Abdul “een grote Talibanboef” zijn en zich hebben opgehouden in dezelfde Khala als de Taliban-schaduwgouverneur Bari Ghul. Na arrestatie door Australische Special Forces wist hij zich van zijn boeien te bevrijden en viel hij de hondengeleider aan. Waarna de beten volgden. Waarom Nabi ondanks zijn nauwe contacten met de Taliban toch na drie weken werd vrijgelaten is de woordvoerder niet duidelijk. Zelf verklaarde Nabi tegenover mij dat hij na het irrigeren van zijn land plots thuis werd overvallen en tegen de muur werd geworpen en op zijn gezicht geslagen. “Ze lieten een hond me bijten.” Dat de hond tegen boer Nabi is ingezet om een vluchtpoging te verijdelen of om eventueel zijn verzet bij arrestatie te breken, lijkt onwaarschijnlijk. De beten staan niet in een arm of kuit maar in beide bovenbenen op vrijwel dezelfde hoogte. De littekens lopen voornamelijk horizontaal wat er op zou kunnen duiden dat hij is gebeten toen hij al op de grond lag. Daarbij was hij als eenling geen partij voor getrainde militairen.
De mishandeling hield niet op. “Op de weg kreeg ik stroomstoten op mijn rug.”

Het geval Abdul Nabi staat niet alleen. Volgens de tweekoppige team van de Onafhankelijke Afghaanse Mensenrechtencommissie AIHRC in Tarin Kowt, Abdul Ahad en Abdul Shakoor, komt mishandeling door buitenlandse troepen veelvuldig voor in Uruzgan. Abdul Ahad: “We hebben de verklaring van zes gevangenen die nu in de gevangenis zitten die zeggen dat ze werden geslagen, geschopt, en elektrische schokken kregen toegediend. Sommigen zwaar, anderen minder.”
Hoogleraar Internationaal humanitair Recht Liesbeth Zegveld stelt dat het inzetten van een hond tegen weerloze gevangenen een ‘mishandeling’ is. “Het toedienen van stroomstoten kan onder de categorie oorlogsmisdrijven vallen.”

De laatste maanden neemt het aantal meldingen over marteling en mishandeling van arrestanten door buitenlandse troepen in Uruzgan toe. Door de zware censuur en bewegingsvrijheid opgelegd aan bezoekende journalisten vormt dit slechts het topje van de ijsberg.
-In april berichtte NRC Handelsblad over het naakt in de kou laten staan van drie verdachten in Kamp Holland in januari 2007.
-Een medewerker van Buitenlandse Zaken nam in juli en december vorig jaar verklaringen op van gevangenen die door Nederlandse militairen zou zijn geslagen. Oud-commandant der Strijdkrachten Dick Berlijn sprak zelf over ‘onregelmatigheden’.
-In april dit jaar verklaarde Taliban-verdachte Din Mohammed tegenover De Pers dat, nadat hij net daarvoor was neergeschoten, een Nederlandse militair een voet op zijn hoofd zette. -Vorige week nog verwierpen Australische militaire onderzoekers de klacht van de mishandeling van vier gevangenen waaronder een 70-jarige man en een 25-jarige man met één been die eind april waren gearresteerd, uitgekleed en geslagen.
-Ook werden vier gevangenen een etmaal opgesloten in hondenkennels wat leidde tot een politieke rel omdat het vernederend zou zijn. Volgens de Australische onderzoekers waren de behandelingen ‘redelijk en humaan’.

Wie dit leest begrijpt ook Task Force Uruzgan, waarin Nederland de Lead Nation is de strijd moeilijk kan winnen. Met het mishandelen van gevangenen win je natuurlijk nooit de ‘hearts & minds’.
 
JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

Nieuwsbrief







Laatste artikelen